Do you trust us?

“De helft van ons vak draait om vertrouwen.”

Aan de gesprekstafel met een aantal jonge ondernemers mag je al eens kort door de bocht gaan om een punt te maken, toch? Maar het zal niet veel schelen. Vertrouwen is bepalend. Je kan pas met impact iets vertellen, als je publiek gelooft wat je te zeggen hebt.

En dat vertrouwen ligt op alle fronten onder vuur. We kijken argwanend naar boven, onder, elkaar en in het rond. De laatste jaren vol grootse gebeurtenissen liggen aan de basis: van wankelende industriële mammoeten, over alternatieve feiten tot transformationele ontslagen. Er gebeuren vreemde dingen, en ze gebeuren snel en onverwacht. Digitale transparantie en globalisering als olie op het vuur.

In vrije val

We mogen ondertussen spreken van een systeemcrisis. Dat werd pas nog eens bevestigd in de 2017 Trust Barometer. Steeds een mooie onderbouw voor macrotrends en donkerbruine vermoedens, maar je wordt nooit blij van dit jaarlijkse rapport. Sinds 2001 onderzoekt Edelman wereldwijd de staat van ons vertrouwen in die wereld en elkaar. En dat dat niet goed is. Doorheen de jaren onderzochten ze de terugval van de onaantastbare overheid, het opstaan van peers als n° 1 influencers, de bepalende persoonlijke rol van CEO’s en bestuurders, enz.

De 2017-versie van het onderzoek orakelt scherp die omvattende crisis in ons vertrouwen. In hun algemene Global Trust Index, zakken we in 2017 met 3 punten ten opzichte van 2016. Het gebrek aan vertrouwen in de instituten (bedrijven, overheid, media en ngo’s) blijft hierin quasi stabiel: bedrijven en ngo’s halen nog nét een neutrale 50%, de media nemen een duik en de overheid blijft laag hangen met 41% vertrouwen.

The big system doesn’t seem to work anymore.

53% van hun respondenten onderschrijft deze stelling. Ze kunnen de grote uitdagingen (vluchtelingen, opwarming, …) waarmee we geconfronteerd worden niet meer de baas. En dat wakkert populistische gevoelens en protectionistische acties aan (cfr. Brexit, Trump, Wilders, …). Een trend die zichzelf in stand houdt, zoals Edelman ook treffend illustreert in hun ‘Cycle for Fear and Distrust’.

Enerzijds anderzijds

We lijken in een negatieve spiraal te zitten. Maar zoals steeds is er een tegenbeweging. Meer en meer merken staan op en nemen een duidelijke positie in. Ze willen open en eerlijk zijn. Ze willen goed doen. Tekenend was hierin de pauze van de Amerikaanse Superbowl: hét walhalla van de reclame. Het meest drukbekeken en dus dure reclameblok, ever. Een moment waarop de adverterende merken - en in 2de lijn de reclamebureaus - willen schitteren.

Dit jaar zag je er een aaneenschakeling van merken die een maatschappelijke boodschap brachten. In de marge kwam er hier en daar een product of logo voorbij, maar het waren merken met een mening die uitblonken. Merken met een uitgesproken idee over work-life balance, diversiteit, armoede, … of het beleid van een nieuwe president. Merken met een stem. Die open en eerlijk ergens voor staan.

Menselijke merken

Een positief signaal, wat een verademing. Niets is echter zonder reden. En daar is ook niets mis mee. Natuurlijk staan deze merken oprecht voor de boodschap die ze verkondigen. Digitale transparantie, weetjenogwel. Maar we weten ook dat deze openheid vertrouwen creëert. Door eerlijk en persoonlijk te communiceren vermenselijken merken. En wordt het makkelijker voor het publiek om zich te vereenzelvigen met een merk. Of net niet. Om het merk als afzender te kunnen inschatten. Om het te vertrouwen dus.

Een algemeen vertrouwen dat aan diggelen ligt, daar kan je als merk op anticiperen door zelf actief, open en frequent te communiceren. Je verhaal te vertellen. Je positie te verduidelijken. En je merk te vermenselijken. Content marketing zoals ze zeggen. Of zoals auteur Andrew Davis het op de UBA Trends Day propertjes samenvatte:

“Content brands build relationships. Relationships build trust. Trust drives revenue.”

 


een week

Maandag.

Gulzig. Dat is het woord dat de eerste weekdag mooi omschrijft. Uitzonderlijk geen werkdag wegens paasmaandag. De gulzigheid slaat niet op enorme oogst chocoladen eitjes, maar wel op de optimale invulling van zo’n extra vrije dag.
24u, zomaar cadeau! Ik wil van de dag gebruik maken om én een voorsprong te nemen op de week én wat bij te werken én wat te lezen én wat in de tuin te doen én wat fijne tijd met de kinderen door te brengen én… én … soit. Ook op een extra dag heb je prioriteiten en bijzaken (zo hoog staat dat gras nu toch ook niet). Helaas voor het gazon, maar ik ga voor het gezin.

Dinsdag.

Ordnung muss sein. De dag start met een vast ritueel, een structuur, een ritme waar ik aan vasthoud (gewoon omdat ik zelden greep heb op wat er in de dag op me af komt): lezen. Een half uur voor de dag écht losbarst. Over ons vak. Ik proef elke dag een ander boek. Ik blader, ik scan, ik absorbeer. Een beetje inspiratie. Vandaag op het menu: ‘Getting Real’ (by 37 signals), een hyperactueel manifest van begot 10 jaar geleden, over het ontwikkelen van apps, maar ook food for thought voor merken in verandering. Over food gesproken: boterhammen smeren voor het gezin.

Het wordt kilometers malen vandaag. Een eerste stop op ons kantoor in Hasselt, om dan door te steken naar Opglabbeek voor een koffiegesprek met Herman, de bezielde marketingdirecteur van Bouwonderneming Gijbels. We hebben het over de betekenis in hun merk en co-creatie in hun werk. In de sector waar zij opereren, zie je maar zelden zulke straffe dingen die zij doen (en wij met en voor hen doen).

Dan richting het BIVV, het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid, in Brussel. Collega’s Leen en Bart zijn er ook, voor de kick-off meeting voor de nieuwe BOB-zomercampagne. Het is onze 5de BOB-campagne, maar daar blijven we nuchter in. Sinds jaar en dag is de samenwerking met verschillende overheids- en commerciële partners bepalend voor het succes van BOB. Zij trekken mee aan de kar en stellen ook de nodige dingen in vraag. Een geanimeerde meeting, maar we zijn vertrokken. Binnenkort op een affiche langs uw autosnelweg.

Ik sluit de dag af met de eerste aflevering van ‘De sollicitatie’ op VIER, een samenwerking tussen Woestijnvis en VDAB. Voor VDAB werken we alle creatieve, activerende en strategische trajecten uit. Het programma is een belangrijke schakel in de native advertising-  en contentstrategie van VDAB. In onze research zien we duidelijk de impact en het belang van herkenbaarheid in hun communicatie. Dit programma draagt daar aan bij. VDAB communicatiemanager Dirk is er terecht trots op. Geef het aan een ander productiehuis en je zou een Sollicitation Island kunnen krijgen. Of erger. Niet dus bij Woestijnvis, en samen is dat sterk voor werk.

Woensdag.

Vroeg uit bed start ik de dag met een stukje ‘Sprint’ (by Jake Knapp). Vlot en praktisch boek, uit de Google-stal, over het ontwerpen en ontwikkelen van ideeën. Dan aanschuiven voor een vroege meeting bij een pharma-klant in de Brussel. De pharmaceutische sector is in volle verandering. Ook daar is het zoeken naar relevantie, meerwaarde en antwoorden op een complex wordende markt. Merkdenken krijgt op elke laag een nieuwe complexiteit. Breinbreker. Iets waar ik gelukkig geen hoofdpijn van krijg.

In de namiddag staat het spannendste moment van de week op het programma: een brand strategy workshop (en dan zeggen dat ik een bloedhekel heb aan buzzwords). An sich niets ongewoon in m’n planning. En tòch spannend, want dit maal niet voor een klant maar met m’n eigen vennoten. En dat is speciaal omdat ik tegelijkertijd facilitator en deelnemer ben. Iedereen aan tafel weet uit ervaring dat zulke momenten toekomstbepalend zijn. In de Genkse C-Mine Crib nemen we afstand van de rush van de dag en fileren we ons bureau, onze klanten, onszelf… en leggen we de kiem voor nieuwe routes en concepten. Geslaagde workshop. Alle neuzen in eenzelfde richting, iedereen goesting. Daar doe je het voor.

Ik vertrek tevreden in Genk. Maar toch vloek ik enkele keren binnensmonds dat ik de voetbaltraining van zoon Tobias heb gemist. Grmbl. De wake-up call na een uiterste geslaagde dag, waarin alle chakra’s, universi en sterren op één lijn zitten, en dan toch beseffen: dju, dan tòch niet alles gelukt vandaag. C’est la vie, zeker?

Donderdag.

Terwijl Nespresso aders opent en de hartslag verhoogt, warmt het zwart-gele 'Brand new. The shape of Brands to come' (by Wally Ollins) mijn brein op. Slim en scherp geschreven. Zonder omwegen. Doordacht en very British. De ervaring van deze merkentenor spat er op elke pagina van af. There’s just no point in hiding anymore.

Geen meetings vandaag. Getting things done.

Tegen de avond bezoeken we met het team van creatieven, designers en developers van RCA Group de Epicorda-tentoonstelling op de Corda Campus. Dit gereconverteerd stukje Philips-site is nu een geweldige broedplaats voor durvers, denkers en start-ups. Met de Corda Campus heeft LRM een speciale plek in Limburg gecreëerd. Good vibes all over the place. De expo was intrigerend en grappig. De flops en hits van Apple en Philips. Voor mij was het evenzeer een flashback naar jeugdjaren met vinyl, cassettebandjes en de eerste generatie iPods. Met het team koppelen we er een bescheiden (we blijven Limburgers, n’est-ce pas) afterwork-apero aan in de Corda-bar. Zon en een Cristal. Schol.

Vrijdag.

Het krieken van de dag moet nog beginnen of ik zit al op – of liever: in - de trein. Samen met collega Lotte leg ik er de laatste hand aan een presentatie en workshop voor Stad Gent. Een groep van fijne mensen die weten waar ze als overheid hun lat moeten leggen: hoog. Vree hoog, zelfs.

In totaal staan er vandaag een kleine 4 uren sporen in mijn agenda. Met een hoofdkwartier in Limburg en het gros van klanten er ver buiten, is mobiliteit nogal een thema. We zijn allemaal véél onderweg. Slack, FTW!  Structuur! Als het kan neem ik de trein. It’s ugly, but it gets you there. En je krijgt er verdomd veel gedaan. Maar 4 uren is toch wat veel van het goede. TGIF. En reken maar van yes: vanavond sta ik trots aan de zijlijn te kijken hoe Tobias er weer stevig invliegt.


Wat oude krokodillen van Pokémon GO kunnen leren

Journaals, kranten, blogs, je social feed en het complete straatbeeld worden vandaag gekleurd door Pokémon GO. The next big small thing. De combinatie van augmented reality en gps-technologie werden vertaald in een verslingerend spelletje op je smartphone. Het spelletje is overal. Letterlijk. Worldwide. Terwijl het nog maar 20 dagen gereleased is, en zelfs 10 dagen later in ons land, overstijgt het  spelletje vandaag vlot de 75 miljoen downloads. Alsjeblieft. Overal dus. Ook in ons gezin, en -got to say- het werd getest en goedgekeurd.

 

Het lijkt een schoolvoorbeeld van een hype: een licht, amusant en instant-verslavend spelletje, gestuwd door zomerkomkommers, virale tactieken en een portie nostalgie. En meer nog vind ik het een toonbeeld voor oude krokodillenmerken.

 

Even de feiten op een rij: Pokémon GO werd ontwikkeld door Niantic Labs, van origine een Google spin off, in opdracht van The Pokémon Company,  een onderdeel van Nintendo.

 

Opgericht in Japan op 23 september 1889, mogen we Nintendo gerust een merk op leeftijd noemen. Het is evenwel een senior die niet stilzit.  Gestart als fabrikant van handgemaakte hanafuda-kaarten (Google it :)), om van daaruit uit te breiden naar speelgoed en dan verder door te groeien naar videogames in alle mogelijke vormen en formaten. 100 jaar na hun oprichting domineerde het de wereldwijde game-markt met hun handheld-console: de Game Boy. Sindsdien brachten ze ons een reeks andere succesnummers zoals SuperMario, de Nintendo 64, Pokémon, de Nintendo DS en recenter de Wii. Een straffe solide speler in het spelletjeslandschap dus. En toch.

 

Ondanks deze merites werden ze letterlijk 9 maanden geleden, voor de eerste keer sinds het ontstaan van de lijst, niet opgenomen in de Top 100 Global brands van Interbrand. En dit met de bikkelharde verklaring dat Nintendo onvoldoende afgestemd zou zijn op de ‘mobiele' tijdsgeest van vandaag. Een teken aan de wand: de jarenlange strijd tussen de Japanse consolehelden Sony en Nintendo leek beslecht. Want die Sony staat nog stevig op plaatsje 58.

 

En dan plots: Pokémon GO. Het spelletje speelt op 20 dagen tijd in een geheel nieuwe klasse, en laat laat mobiele merken en begrippen als Tinder en Twitter ver achter zich. De waarde van Nintendo verdubbelt in een wip, tot ver boven … Sony. Gotcha!

 

Het lijkt me een voorbeeldverhaal voor vele oude krokodillenmerken. Het toont immers aan dat de snelheid en het disruptiedenken van vandaag geen voorrecht is van kleine ongebonden start-ups. De eeuweling Nintendo heeft bewust van eigen identiteit (geschiedenis) en kracht, ruimte (tijd en middelen) gecreëerd voor experiment en (externe) zuurstof in het bedrijf gebracht. Ze ontwikkelden Pokémon GO als een speedboat naast hun tanker. In luttele dagen werd het dé cashcow voor het bedrijf en bewijst het ontegensprekelijk dat Nintendo wel degelijk mee is. En meer.

 

Zo ziet de wereld er voor Nintendo in een zwangerschap tijd helemaal anders uit. Vandaag hebben ze naast een fantastisch spelletje een tot-de-verbeelding-sprekend merkkapitaal in handen. Ik zit op de eerste rij om te zien hoe ze dit productmerk in de volgende weken en maanden zullen gebruiken, om nieuwe consoles te lanceren en hun corporate merk verder uit te bouwen. En ik kijk al evenzeer uit naar de Interbrand Top 100 Global brands in Oktober 2016 :)

everything’s gonna be alright, een rode draad uit +31 trendrapporten

Zelf mag ik zeker niet klagen, maar algemeen genomen moeten we zeggen dat het jaar -editie 2015- absoluut geen prijsbeest was: Charlie, Volkswagen, Vluchtelingen, Bataclan, … to name a few. De jaaroverzichten kleurden grauw en grijs. Gruwelijke beelden in overvloed. Nieuwjaar, dat is dus ook reikhalzend uitkijken naar een twee duizend zes tien vol fijne beelden.
En mijn traditionele eindejaars-leesmarathon aan trendrapporten stelt me eigenlijk gerust. Everything’s gonna be alright. Dat denk ik echt. Vorig jaar schreef ik een grijze enerzijds-anderzijds conclusie: elke trend had een evenwaardige tegenstroom. Met versplinterde gedachten en mogelijkheden tot gevolg. Vandaag lees ik bovenal een positieve rode draad doorheen die +31 trendrapporten. Als in een moment van synthese, waarin enerzijds-anderzijds uitgroeit naar een echte best-of-both-worlds. Ja! Goodlife! Regenboog! Feest! Win!

"The way I see it, if you want the rainbow, you gotta put up with the rain.” says Dolly Parton

Neen, ik ben niet beneveld door Bob of Dolly. En ik weet dat vele trendrapporten gebaseerd zijn op mijmeringen, dromen en gissingen. Maar als je met de juiste bril kijkt, zie je dat we echt de goede kant op gaan. Toch?

Form Follows User
De technologische trendberichten krijgen een ander insteek. Terwijl eerder vele ontwikkelingen 'onze levens zouden veranderen'. En ondertussen ook daadwerkelijk hebben veranderd. Zie ik vandaag vooral evoluties die zich terugplooien op de gebruikers. Form follows user, minder schreeuwerig en intrusief. Het feit dat de Apple watch geen instant succes werd, als teken aan de wand.

Maar ook de strijd voor de homescreen, die -een beetje- is gaan liggen. Niet alle nieuwe apps zijn er nog op gebrand om top-of-thumb te worden. Ja, we spenderen elke dag belachelijk veel uren op onze smartphones. Maar wel slechts in een handvol apps. Dus in plaats van te gaan concurreren voor dat laatste vlakje schermruimte, zien we nieuwe successen die gericht zijn op een slimme integratie binnen bestaande omgevingen, cfr. Google Now-on-tap. Of services die worden ‘atomized' tot kleine intelligente notificaties binnen de populaire messaging apps. En al helemaal interessant wordt het, als we dat simpel en zelf kunnen manipuleren. Fun and functional, cfr. Slackbot.

En toch een keerzijde, het einde van de vertical movie syndrom … Facebook en Snapchat hebben er voor gezorgd dat rechtopstaand filmen met je smartphone 'okay' is. Omdat de users dat willen en doen. Tja, dat zorgt dan weer voor beelden waar ik niet blij van word.

Wij zijn het web
Social media as such, heeft weinig tot geen plaats meer in de trendvoorspellingen. Dat is allemaal uitgepuurd, ingeburgerd en wel. Meer nog, we kennen én gebruiken het. En niet altijd volgens de oorspronkelijke idee. We doen er gewoon ons ding mee.

En dan wordt het terug interessant. Bij voorbeeld mama’s die elkaar in lokale Facebook-groepen opzoeken én helpen. Geen oppervlakkige chitchat, maar concreet. Door tips, trucs, binnenwegen en kleertjes uit te wisselen. Mama’s voor mama’s, een in-snelheid-onklopbaar parallel kanaal voor specifieke informatie en winwin-handel.
Of de politicus die onterecht en ongepast fulmineert tegen een log en anoniem overheidsapparaat. Die kan nu op een antwoord rekenen, snel en gevat. En met goedkeurend knikjes en likes van de publieke opinie erbovenop. Transparante sociale media dwingen een elementaire beleefdheid af, Meneer VanRooy. Zelfs tegen reuzen.
En in de hoogste terreurdreiging, leer je de ware volksaard kennen. Als gehoorzaam antwoord op de Politie-vraag naar social media-discretie over de controles en huiszoekingen in Molenbeek, zagen we Twitter overspoeld worden door een zwerm katten met de hashtag #brusselslockdown. Belgisch surrealisme ten top.

Net zoals de strategieën en verdienmodellen rond social media, is ook ons gebruik ervan, helemaal volwassen. Wij zijn het web. Het is van ons.

Geen digitale en disruptieve doemverhalen meer
De frisse ondernemersverhalen blijven niet langer het alleenrecht van de jonge wolven. We hebben goed naar San Francisco en andere ondernemende broeihaarden gekeken. Vanop een afstand of op plaatsbezoek, in het kielzog van Steven Van Belleghem en Peter Hinssen.
Oude en nieuwe vormen van ondernemen zoeken elkaar op. Versterken en versnellen elkaar. Icoonbedrijven als KBC en Telenet zijn met Idealabs en StartIt genereuze gastheren voor innovatieve denkers en doeners. Frisse overheidsgiganten als VDAB en Vrt starten met Vick en Vrt StartUp ambitieuze en eigen vernieuwingsvehikels. Nog dichterbij, zie ik LRM met Corda Campus letterlijk plaats maken voor een nieuw ondernemen in Limburg. Kortom, er gebeuren mooie dingen. Allemaal zoekend, maar zonder angst voor die verandering. Wel integendeel.

Het gaat niet om de verandering of de technologie, de trends draaien om ons.
En we vinden er onze weg in. Everything’s gonna be alright.

Elke Decemberdag in 2015 stuurde ik een #trendsfor16-tweet de wereld in. 31 dagen op een rij een link naar een trendrapport: van de grote omvattende tot de kleinere niches. Klik hier voor de tweets.


Offf15, free the future

Eind mei, samen met 5 collega’s voor 3 dagen naar Barcelona voor Offf festival. Feeding the future. A festival … but not as we know it, eerder een losjes georganiseerd  congres voor en door designers. Met schone mensen op en naast het podium:

Hi, i’m Gemma O’Brien … en ik teken op ‚kotszakjes’ in vliegtuigen en dat gaat hard op TumblrNice to meet y’all, we’re WeAreSeventeen … en die Selfies, we lachen er mee. Zo zeer dat we er een filmpje over hebben gemaakt. Hey, i’m Rick Banks … en ik heb al van kindsbeen af een zwak voor fonts op voetbaltruitjes, en dat heb ik nu in een boek verzameld. Hé, wij zijn Anton&Irene … en ik ben een documentaire aan het maken over het huis waarin ik ben opgegroeid. Yo, i’m Jon Burgerman … en ik speel met de filmposters in de metro.

Een rode draad valt op. Een set up van straffe designers, die in plaats van te pochen over hun sterk werk voor mooie merken, vooral met veel (pardon-my-french) ‚passie' vertellen over de kleine en grote dingen die ze in hun vrije tijd doen.  Als was het een georkestreerd pleidooi om door je commercieel werk tijd te kopen; om zonder opdracht te experimenteren en nieuwe dingen uit te proberen. Je goesting te volgen. En die eigen dingen brengen niet alleen frissen hoofden maar (oh-ironie) ook nieuwe klanten mee. Merken die op zoek zijn naar authentieke ideeën en ontwerpen.

Hà, dat vind ik een mooi verhaal ten opzichte van de recente marketingliteratuur en -congressen die toch nogal eenzijdig focussen op het lezen en begrijpen van de consument. Wat natuurlijk een ontegensprekelijke (zelfs bewijsbare) waarde heeft. Maar voor een oorspronkelijk idee en eigenzinnige vormgeving, daarvoor moet je ook regelmatig afstand en tijd nemen. Een rood draadje dat blijft hangen.


Waarom worden logo’s zo simpel?

Stel dat je me die vraag zou stellen. Als het op mooie vlaggen aankomt, dan staan de Zwitserse en Japanse in m’n persoonlijke top 3.
Klein, puur en juist. As little design as possible. De iconische woorden van Dieter Rams, weet-je-wel. En ik ben daarin wellicht weer niet alleen. Dwars doorheen modes en trends blijven vormgevers dwepen met dat minimale. Kijk maar naar Apple, waar elke restyling een ode aan deze Braun-designer blijft.

Minder waar het kan: het lijkt letterlijk het marsorder in vele branding-trajecten van vandaag. Meer-en-meer recente logo’s komen rechtstreeks van het toetsenbord, een basisvorm of een simpel teken. Zonder vervorming, recht uit het doosje: de asterisk van de provincie Vlaams-Brabant, of de driehoek van de provincie Antwerpen. Het vierkant van de Noorse nationale parken of de rechthoek van Hewlett Packard.

basisvormen_vb

Simpel staat thans niet altijd gelijk met makkelijk. Niet voor het publiek. Kijk maar naar de hetze rond de spartaanse Hillary-pijl van vandaag, ten opzichte van het alomgesmaakte Obama-logo uit 2008. En niet voor de ontwerpers. Het zijn grote namen die achter deze basisvormen staan: Michael Bierut tekende de pijl voor voor Hillary Clinton, Saffron zorgde voor het cmnd-teken van Proximus en het volle vierkant van Canvas werd getekend door de Londense Why Not Associates. Die ondertussen ook wel het Vier logo maakten :)

oh

Simpel staat thans wel gelijk met nodig. Een hedendaags merk is adaptive en responsive, ook in vorm. Als herkenningsteken doorheen al de contacten met je publiek. Als signatuur om een verhaal te ondertekenen. Voorzien op de ontelbare en onverwachte manieren waarop het gebruikt kan en zal worden: van groot geanimeerd op een super-retina-display, tot subtiel en onooglijk klein in een notificatie op je smartwatch. En dan kan je rekenen op zo’n simpele vorm. Form follows function, nog zo’n legendarische catchphrase uit de tijd van Rams en Co.

Mijn idee: simpel is sterk, maar mag niet gelijk staan aan vrijblijvend. Het mag niet inwisselbaar zijn. Ofwel zit er bij start een simpele slimmigheid in je logo, cfr. het canvas van Canvas. Ofwel geef je de vorm verhaal in je communicatie, zoals de dames en heren van Proximus doen. Maar nooit mag het een vormpje-zonder-meer blijven.

PS: Technologie brengt ons terug naar de basisvormen, maar tegelijkertijd evenzeer naar het barokke alternatief: het logo dat er nooit hetzelfde uitziet. Weer een staaltje van Enerzijds-Anderzijds, seh.


Enerzijds Anderzijds, een rode draad uit 22 trendrapporten

Vooruitkijken. Trends zoeken, zien en duiden. Om daarna te gebruiken. Eén van de geweldig fijne dingen in ons vak. Trendrapporten, -onderzoeken en -lezingen liggen dan ook vaak op tafel en staan veelvuldig in de agenda. En het aanbod groeit elk jaar: kleine en grote rapporten en onderzoeken, van nichedingen tot alomvattende verhalen. In Vlaanderen is het Wijs trendrapport ondertussen uitgegroeid tot een sympathieke eindejaarsklassieker, in het rijtje van de Tijdloze en Hoste. Alle lof aan hen voor de moeite, en bovenal het vasthouden aan een idee. Ook puike events zoals de UBA Trends day en de Trendsnight van Stima, zorgen voor een verwennerij aan inzichten en sprekers. Ga je internationaal, dan wordt het aanbod helemaal te gek. Onderaan deze post vind je het lijstje van 22 lezenswaardige publicaties en presentaties die ik de voorbije maanden online tegenkwam.

Wat me bijblijft na het lezen, luisteren en kijken naar die toekomstverhalen … is dat het alle kanten uit gaat. Logisch ook. Vooruitkijken is geen wetenschap. Of toch zeker geen exacte. Vanzelfsprekend dat er verschillende sporen getrokken worden, zou je zeggen. Maar het gaat écht alle kanten uit, en tegelijkertijd.

De toekomst lijkt Enerzijds Anderzijds. Niet grijs, maar uitgesproken zwart en wit. Fundamentele tegenstellingen die hand-in-hand gaan.

De rapporten staan er bol van, enkele voorbeelden:

Enerzijds zijn we helemaal gedigitaliseerd en hypergeconnecteerd: mobile is groter dan ooit (figuurlijk en letterlijk), wearables staan bovenaan onze wenslijstjes en thermostaten en stofzuigers zorgen ervoor dat robotica naar de consumentenmarkt verschuift. Anderzijds gaan we als reactie massaal op zoek naar een minder digitale, lees minder stressvolle, omgeving. Digital dieting, zoals de dames-en-heren van Fjord het zo mooi noemen. We zien digitaalloze hotels, grappige meetingmotivators en signaalblokkerende mode opduiken. Maar ook phubbing,  tijdens een gesprek naar je iPhone gluren, wordt (terug) onbeleefd. En dat brengt dan weer kleine  campagnes  en leuke apps  met zich mee.

Enerzijds zoeken we luxe en schoonheid op. In al zijn facetten. Een bediende om je wagen te parkeren? There’s an app for that. Sterrengastronomie op de luchthaven? Tuurlijk. Of zelfs in het vliegtuig? Jazeker. Zelfs het design van een paspoort of bankbiljet , zorgt vandaag voor een ongeziene schoonheid. Anderzijds krijgt het ruwe en de imperfectie minstens evenveel aandacht. Imperfection kills boring, weetjewel. Kijk eens naar PrettyGirlsMakingUglyFaces  en de doorsnee-lelijkheid op Snapchat. Of modemerken (zoals G Star en Pantagonia) waarin het verhaal belangrijker wordt dan de schoonheid. Zelfs de rauwheid van lelijke discounters en low-cost airlines trekt ons in meute aan.

Enerzijds ligt de wereld aan onze voeten, zeker met bovenstaande low-cost airlines. Of Netflix als de opkomende nieuwe nationale zender. En studenten die niet meer zonder buitenlandse stage kunnen. Anderzijds wint locatie  terug meer-en-meer aan belang. Als een rustgevende filter binnen ons informatieleven. Opnieuw als een verbindende factor. Denk maar aan die hyperdynamische lokale mama-facebookgroepen. Of intrigerende internationale initiatieven zoals de Zwitserse ‚leen-stickers’  of de ‚hondenbuurt’ in Bangkok.

Enerzijds conceptstores met de meest exotische combinaties aan producten en diensten. Anderzijds kleine specifieke shops op basis van één product. EnerzijdsAnderzijds … En zo kan ik nog even doorgaan. Van de traditionele slingerbeweging naar de uitgesproken spreidstand. Sociologen kunnen dit zonder twijfel slim verklaren en duiden. Belangrijk voor ons, hoe gaan we hier in marketing en communicatie mee om?

 

Mijn idee: kies hard, of pak ze allebei. In het midden gaan staan is geen optie.

Trends zijn verhalen die je helpen om toekomstgerichte keuzes te maken. Denk aan Thomas Cook die volop de digitale kaart trekt om haar publiek te bereiken en te overtuigen. Tot en met het het gebruik van 'virtual reality experience’ om vakanties te plannen. Denk aan de duale samenwerking tussen het analoge Moleskine en het digitale Evernote. Of de turbulente krantensector die de combinatie prominent in de vitrine zet: digitale kranten in de week, en een papieren exemplaar in het weekend. Als abonnement van de toekomst. Merken, marketing en communicatie van morgen? Zoals Tom Palmaerts zegt: "Embrace the paradox.".

 

Heb je, na het lezen van deze post, maar tijd voor 2 links? Bekijk dan zeker de rapporten van Fjord en Hyper Island. Heb je meer tijd, click away!

Fjord Marketing (FastcoCreate)
Hyper Island UX (UXmag)
PSFK Retail (PSFK)
Trendwatching.com E-commerce (Econsultancy)
Trendhunter Technology predictions (SiliconAngle)
JWT Tech trends (FastCo)
Global trends Wearables (KoruLab)
Ericsson Communicatie (Communicatieonline.nl)
Fastco/ Ford Social / Mobile (We are Social)
Kidsenjongeren.nl Tourism (Travel Media)
Wijs Online trendrapport Tourism (Deloitte)

re / when digital becomes human

Ik lees, denk en kijk graag naar de toekomst, maar èchte science fiction … dat is m’n ding niet. Geef mij maar de verhalen van vandaag die onze morgen kleuren. Overmorgen, dat duurt nog even. Ik ben altijd al iets meer te vinden geweest voor de verhalen van 007 dan deze van 3CPO. Ik keek dan ook uit naar het nieuwe verhaal van Steven Van Belleghem. In zijn, ondertussen kenmerkende, toegankelijke en toepasbare stijl beschrijft hij straffe klantenrelaties van vandaag en verwachtingen voor morgen. Tastbare toekomst: gesmaakt leesvoer in de winterzon.

Once again: de digitalisering is manifest aanwezig en allesbepalend. Het eerste deel van het boek leest als een trein van aaneengeschakelde anekdotes en voorbeelden. Steven benoemt en kadert. Treffend is zijn duiding bij de 5 digitale superhelden (Google, Apple, Facebook, Amazon, Alibaba), als stuwende kracht binnen die veranderde samenleving. Zij bepalen vandaag de norm en lat. Grenzen bestaan er niet.

En dan maakt het boek een -zoals-in-de-titel-beloofde- bocht, op basis van de economische vuistregel: 'iets wat schaars wordt stijgt in waarde’. Hoe minder menselijk contact er bestaat in een klantenrelatie, hoe belangrijker dit wordt. We organiseren en communiceren online: 24/7, snel en transparant. Vaak interactief. Na jaren van investeren en evangeliseren staat digitalisering eindelijk in 'bold' op de strategische agenda’s van vele bedrijven, organisatie en overheden. En hop, we zitten al in de volgende fase:

"Op relatief korte termijn zal het digitale een commodity worden.”

Ha. De slinger komt niet terug, maar draait door. We optimaliseren onze contacten naar de onzichtbare digitale ervaring: vloeiend en geruisloos, über-efficient. Als platform voor een klantenrelatie gericht op een emotionele meerwaarde. Denk aan die sympathieke boodschappen op je coolbluepakje. De nieuwe klantenrelatie is de combinatie van customer intimacy én operational excellence.

"Laat het digitale en menselijke deel van de klantenrelatie uitblinken in wat hen verschilt."

'When digital becomes human' gaat over het hybride morgen: geen science-fiction vanuit het MIT-lab, maar een vloeiende en logische evolutie. Een morgen waarin de digitaal-versterker en het warm-menselijke elkaar naar een hoge niveau tillen.

tvdb_VanBelleghemKast

Het boek gaat over klantenrelaties, maar het inzicht gaat veel ruimer. En dat geeft goesting. Steven Van Belleghem schreef er weer een centimeter bij, en hij klokt ondertussen af op 7,5cm welgebruikte plaats in mijn boekenkast. Een aanrader dus.


Creativity World Forum, het salvo: Do Do Do Do

Een salvo van grote en kleinere ideeën. Van knullige en magistrale sprekers. Van kippenvel tot de lichte ergernis. Van de ‚maar allez’ tot de grote grijns. Snel achter elkaar. Gestuwd door wat beats. En dat in een grote living: lampenkappen, boterhammen en chocotoffs inbegrepen. Fijn, zo’n Creativity World Forum. En het vraagt wat naverwerking :)

Creativiteit krijgt op dit forum geen vage of vrijblijvende invulling. Het gaat over de toepassing en de betekenis voor een publiek. Aha, FlandersDC ... vandaar die titel: 'Bring innovation home’?

Vers in het hoofd, klonk het salvo als Do Do Do Do. De oproep om aan de slag te gaan was een rode draad doorheen quasi elke lezing. Creativiteit krijgt vorm in interactie, in confrontatie, in … Dat een idee niet (alleen) uit de lucht valt. Jep. Do. Doen. We kennen het mantra: make. ship. test. repeat. Werk het uit. Enkel zo wordt een idee groot. groter. groots.

Maar vooraleer we vertrekken: eerst kijken en vragen. Observatie en empathie is het startpunt, volgens Tom Kelley. En verder vragen. En beter kijken. Zoals een reiziger in een nieuw land.  Zorg dat je een scherp zicht hebt op gebruikers en gebruik. Follow them home. Om van daaruit zo snel mogelijk te creëren. Iets te maken. Iets te doen. Do. Frans Johansson puts things in perspective ...

The purpose of strategy is not to figure out the right answer. The purpose of strategy is to convince yourself to act.

Ken je publiek. Bedenk en combineer. Ga voluit voor je big hairy audacious goal. Bedenk de kleinst mogelijke eerste stap. En start. Do. En als je inzicht en idee goed is "than it’s even okay to ship little elements of crappiness” zegt Guy Kawassaki. En als een Apple-veteraan dat zegt.

Do. And learn by doing. Het idee van de renaissance man zat al in de inleiding van Saskia Schatteman, en kwam hier-en-daar terug bij andere sprekers. De polymath, ditmaal niet als resultaat van aangeboren genialiteit. Maar als het resultaat van Do Do Do Do , 'treat life as an experiment' en zoek andere interesses, culturen en sectoren op (multidisciplinaire samenwerking, ahum). Ook daar weer: doen dus. Of zoals de energiebom Johansson het zei:

The world is connected. But it wasn’t made like that. Somebody made those connections.

 

 

Merci FlandersDC, het was een inspiratie en een plezier.

PS - Mijn voorspelbare top 3/4 van sprekers:
1. Frans Johansson
2. Guy Kawassaki / Tom Kelley
3. Steven Levitt


klare lijn

Jawel, ik ben terug aan het lopen. Een opgefrist ritme, toerke en gewoonte. De muziek in de oren is vervangen door een audio-boek. -geeuw- Het klinkt misschien wat saai, maar ik vind het ideaal oom het hoofd leeg te maken van het oude en te vullen met wat nieuws. En dat werkt dus ook met de loopschoenen aan. Qua boeken: geen fictie, of al te technische materie. Bio’s doen het erg goed. Op een maand tijd vlogen oa. Bezos, Branson en Godin me door de oren. Deze week zat ReWork in de playlist. Een visieboek van 37signals, het  bewuste bedrijfje achter Basecamp.

Het boek is een aaneenschakeling van kleine en grote inzichten, gebracht met een typisch Amerikaans zelfzekerheid. Ze brengen onder meer een fijne redenering waarom ze onder alle voorwaarden ‚klein’ willen blijven als bedrijf. "Wat is de optimale grootte van je team om de dingen gedaan te krijgen, die je wil doen.” In plaats van het traditionele statusstreven naar een ‚groot’ bedrijf.  (Ondertussen werd hun consequentie hierin nog eens bevestigd. Ze hebben het bedrijf 37signals ‚opgedoekt’ - en het einde van enkele nevenproducten aangekondigd - voortaan gaan ze ‚focussed’ door het leven als Basecamp. De naam van hun sterproduct èn nu ook het bedrijf)

Een kleine zinnetje in het boek ging echter over de Sharpie, de -vooral-in-de-vs-gekende- dikke tekenstift. En het idee dat ze in hun bedrijf roughs of schema’s enkel uittekenen met Sharpies. De dikte van de stift verplicht hen om te simplificeren. Om de nuance, details en schaduwen te vermijden. De klare lijn als symbool van een goed idee. Voor mij, als continu-tekenaar-kribbelaar, een zinnetje dat blijft hangen. Zelfs tijdens een avondloopje.

Het is een variant op het gekende 'ik schreef je een lange brief - want ik had geen tijd voor een korte’, of 'een echte hit kan je spelen met één vinger op één snaar’. Maar het zinnetje gaat ook over de waarde van een tekeningetje. Enkele ruwe lijnen die de meest complexe dingen tot een begripvol Aha brengen. Allez, soms toch. Dat tekenen zit diep in mij. Of het nu is om iets aan anderen te verklaren, of aan mezelf. Ik betrap mezelf dan ook steeds weer op de vraag: 'Mag ik?’, als ik tijdens een meeting een white board zie staan.

Als ik op dat gedroedel werd aangesproken, begon ik vaak over het boekje ‚The back of the Napkin’.  Amusant en juist werk van Dan Roam. Hij vertelt over de waarde van een tekening (al dan niet op de achterkant van een servetje), in het overbrengen van je ideeën. Niet alleen de tekening zelf, maar ook hoe je je schets opbouwt zorgt ervoor dat je je publiek meeneemt in een verhaal. Soit. Fijn voor de tekenaars onder ons. En nog meer voor de niet-tekenaars. Want het boek is opgebouwd vanuit de idee dat je zeker niet moet kunnen tekenen, om je verhaal te kunnen uitleggen ‚on the back of a napkin’.

In diezelfde geest staat er sinds vorige week iets nieuws in m’n papieren bibliotheekje: 'The Exceptionally Simple Theory of Sketching' van George Hlavàcs. Essentie: 't is simpel, tekenen is durven en doen. En ze gebruiken hiervoor zelfs dé wijsheid van niemand-minder-dan Salvator Dali:

"If you act like a genius you will be a genius!”

En -hop- zo doorprikken ze weerom wat magie: als essentie van het schetsen en droedelen, eerst zorgen dat het er goed en pro uitziet. En dan pas dat het juist is. :) Herkenbaar. Of  toch misschien maar beter die Sharpie boven halen?


do / purpose

Purpose, wat een woord. In ons Nederlands klinkt het triviaal als ‚doel’ of ‚reden'.  De Engelse verklaringen spreken des te meer tot de verbeelding: ‚the reason why something is done or used : the aim or intention of something’, ‚the feeling of being determined to do or achieve something’, ‚the aim or goal of a person : what a person is trying to do, become’

Het is een begrip dat ik consequent opzoek in de merken waarvoor ik mag werken. Elk merk heeft immers een noordster nodig. Vandaag meer dan ooit. We plannen onze communicatie wild doorheen alle contactpunten en kanalen. Vaak stevig overwogen en bedacht, maar even soms in een opwelling als reactie. Always on is de verwachting en realiteit. Hiervoor moet je eenduidig weten waarvoor je merk staat, waarom je merk er is. In dat identiteitsdenken is ‚purpose’  de hoogste trap: "Wat is onze reden van zijn en handelen.” Ver boven product- of winstdenken, de reden die àlle stakeholders achter je merk krijgen. Internationaal zien we kleine mooie merken die hier magistraal mee omgaan, lokaal zien we grote mooie merken die hier bewust mee bezig zijn.

Opvallend dat in het veelbeschreven vak marketing en communicatie er eigenlijk weinig specifieke literatuur te vinden is over dit thema. Met een speciale vermelding als uitzondering het sterke ‚Transformeren om te overleven’ van Herman Toch.

Toen ik Do/ Purpose/ Why brands with a purpose do better and matter more van David Hieatt tegenkwam was het snel ge-bol.com-d. Goede recensies én een boek uit de intrigerende Do-reeks. David Hieatt is een van de oprichters van the Do-lectures: een erg fijn initiatief uit Wales.

„To bring the Do-ers of the world together - the movers and shakers, the disrupters and the change-makers - and ask them to tell their stories.”

Een kleinschalige en toegepaste TED. Maar dan helemaal anders. Zonder wervelende powerpoints. Op het platteland, met verse kaas en warme koek. Met thee van het vuur. Gewoon mensen samen brengen, rond hun verhaal. Wel, en vanuit de Do-lectures zijn the Do-books ontstaan.

Dus over dat boek: Why brands with a purpose do more and matter more. Het verhaal van David Hieatt, is het verhaal van een straf marketeer. Het blijft eerder oppervlakkig, en haalt quasi alle facetten van ons vak onder de loep. Maar hij brengt de essentie op een eigen en fijne manier in woord en beeld. Een pretentieloos inspiratieboek.  Het begrip purpose loopt als een dunne rode draad doorheen de 150pagina’s, maar geeft weinig nieuwe inzichten of achtergrond. Hoedanook, ik heb het boek ondertussen al een paar keer aangeraden. Een ideaal boekje om nu-en-dan op te pakken, een paar lijnen te lezen en een lange tijd op na te kauwen.


handen in de lucht voor airbnb

What’s not to like about Airbnb? Op 6y tijd uitgegroeid als dé zoekreflex voor overnachtingen. Niet in hotels of resorts, maar gewoon bij particulieren die een kamer 'of een huis' op overschot hebben. Brian Chesky, Joe Gebbia en Nathan Blecharczyk startten het platform op 2008, vandaag hebben ze al meer dan 500 000 locaties in portfolio. De kracht van peer-to-peer, zowel in business, marketing als community. Het werd een echte gamechanger in toerisme. Met 750 000 likes op Facebook, waaronder weinig hoteleigenaars wellicht :)

What was not to like: hun logo. Ondanks de tijdloos sterke kleurencombinatie van cyaan, magenta en wit, heb ik hun logo steeds als storend ervaren. Een corpulent script, met een al even dikke witte outline mèt schaduw. Een sympathiek logo, dat wel. Maar eentje dat plaats en aandacht vraagt. Veel plaats, en veel aandacht. En dat past niet binnen hun verhaal, denk ik dan drammerig. Een platform moet dragend zijn, en haar logo moet dat uitstralen. Eigenheid geven zonder de aandacht van de foto’s, mensen en locaties weg te nemen.

En vorige week was het zover, handen in de lucht, tada … een nieuw logo voor Airbnb. A whole other ball game: een mooi, fijn en passend signatuur. Wat mij betreft, erg proper werk van DesignStudio, zowel in verhaal als in grafiek. Een traditionele opbouw van symbool en typografie. Waarbij voor mij het gebruikte font, maar vooral de integratie van symbool en typo een beetje te vrijblijvend zijn. Maar het symbool maakt veel goed: een simpele en pure vorm. Hedendaags en tijdloos. Misschien niet helemaal origineel (cfr. pampers), maar … pff, what is? En dan begint het nog maar pas. De introductie van het logo vind ik super. Geen vrijblijvend vuurwerk, maar een écht verhaal, in woord en beeld. Over het ontstaan en de toekomst van Airbnb. Over de essentie/core van Airbnb ...

For so long, people thought Airbnb was about renting houses. But really, we’re about home. You see, a house is just a space, but a home is where you belong. And what makes this global community so special is that for the very first time, you can belong anywhere.

Het begrip ‚belonging’ als kern van hun werk. Misschien wat zweverig en ver uitgesponnen. Maar ze hebben tenminste een kern, een purpose, en ze kunnen en durven deze te verwoorden. Schoon positionerend werk. Airbnb gaat niet over het boeken van overnachtingen ( > massa’s concurrenten) , het gaat over wereldwijd thuishoren (> blue ocean). Schoon onderscheidend werk.

Daarbij je community uitnodigen om zelf aan de slag te gaan met het symbool, ik heb er vaak mijn twijfels bij … maar voor een communitygedreven brand als Airbnb kan het precies. Met wel vele en fijne resultaten tot gevolg. Maar je symbool bij lancering al publiekelijk een naam geven (de bélo) …. hmm. Dat nodigt volgens mij vooral uit om eens goed mee te lachen. De swoosh is ook maar begonnen als ‚de streep’, en heeft pas mettertijd zijn naam gekregen.

Desalniettemin, handen in de lucht voor de heren en dames van Airbnb èn DesignStudio en hun nieuwe vlag.


A pong time ago

Een dikke duizend dagen geleden begon een roadshow. We gingen overal, waar we gevraagd werden, verhalen vertellen over die 'nieuwe media': digitaal en sociaal. De apostelen brachten blijkbaar een blijde èn juiste boodschap. Kijk naar jezelf. Kijk rondom je. Kijk naar de beurzen. De digitale logica is ondertussen überdominant in het nieuwe marketingdenken. De spelers zich hier tegen verzetten krijgen de klappen. De shift, zoals we zeggen. Maar die evolutie gaat niet enkel nààr het digitale, ook ìn het digitale zien we voortdurend fascinerende verschuivingen. Zelfs los van technologie.

Oud vind ik mezelf niet. Toch? Hoewel. Ik kan fijne kinderherinneringen ophalen aan de intocht van onze eerste thuiscomputer, met een dos prompt als groenschermig commandocenter en audiocassettes als extern geheugen. Met z’n allen rond het enige scherm voor een partijtje pong. Wat een verschil met vandaag. Ik leef een behoorlijk stuk van m’n leven in talloze schermen, men vingers swipen meesterlijk getraind èn ik heb een instinctieve zoekreflex voor alles wat ik niet in twee tellen kan begrijpen. Maar ik kan nostalgisch naar de begindagen terugkijken, en ben dus geen letterlijke digital native. En tòch. Zo’n waardevolle positie (stel ik mezelf gerust): ik zit er dicht genoeg op, om vanop een van de eerste rijen 'the fast moving digital life' te volgen, maar bewaar voldoende afstand om niet alles vanzelfsprekend te vinden.


The where company

Zonder files, fyra's of 'fulkanen' ligt de wereld aan onze voeten. De wereld is plat, weet je wel. Afstanden bestaan niet meer, of we fietsen er digitaal omheen. Wie weet nog van waar, of in welke situatie ;) , je mailt, belt, je status update etc. Hoe minder wij er bij stil staan, hoe meer dè digitale mologs er mee bezig zijn. Zonder onmiddellijke return, sparen ze moeite noch investering op het vlak van 'locatie'. "

In de februari-editie van FastCompany stelt Hans Peter Brondmo, Nokia Head of product innovation, dat er 3 shifts zijn geweest in de vragen die mensen online stellen: Wat? Wie? en Waar? De wat-vraag werd overtuigend gewonnen door Google. In de wie-vraag staat Facebook uitgesproken aan de leiding. En vandaag zijn o.a. Amazon, Apple, Google, Microsoft en Nokia er van overtuigd dat in de kern van onze digitale toekomst, het om locatie zal gaan.

"The next big question is 'where', and that's what we're fighting to become, the Where company."

Zo stelt Brondmo gedecideerd, en volgens het magazine terecht. Voor mij onverwacht, maar Nokia staat blijkbaar aan de leiding in deze race. Door hun combinatie van technologie, businessmodel en kritische massa laten ze Google en Apple achter zich. En dit vooral door het intensieve gebruik van de Nokia-toepassingen door derden.

Het is niet enkel een oefening voor de digitale reuzen. Ook in onze zoektocht naar manieren om te communiceren met een publiek dat overladen is met informatie, blijkt locatie een gouden sleutel. 'Location-based' werd zo'n begrip dat te pas en te onpas werd en wordt gebruikt, maar de resultaten spreken voor zich. We zien een opmerkelijk verschil in het effect van communicatie die afgestemd is op de plaats waar je bent. En dat kan gaan over mobiele apps, complexe informatie die structuur krijgt door ze uit te zetten op een kaart …. ofwel gewoon een goeie ouwe gesegmenteerde affiche of dm campagne. Relevantie door locatie, quoi. Benieuwd waar de technologie ons nog zal brengen.

En als ik de recente publieksonderzoeken en trendrapporten goed lees en begrijp, duikt er ondertussen al een 4de vraag op: Waarom? In de overtreffende trap van verwachtingen zijn we op zoek naar betekenis.  Zou de digitale artificiële intelligentie daar ook al voor klaar zijn?

Leestip Fast Company, feb 2013 - Map Quest. Google, Apple Nokia and Microsoft are competing to give you the best maps on the globe. But does the race even have a prize? by Farhad Manjoo


Mag het wat minder zijn?

We komen uit een tijdperk van de have's en de have not's, maar vandaag is informatie overal en altijd beschikbaar. Alzeker voor iedereen met een internetconnectie, maar evenzeer door de gedemocratiseerde media met ontelbare gespecialiseerde magazines en televisiezenders. Alles wat je wil weten is wel ergens te vinden.

Daartegenover staat dat informatie opgaat in de veelheid. In het bos van communicatie wordt het vandaag moeilijk om informatie met effect uit te sturen. De informatieprikkels bereiken ons overal, maar weinigen prikken echt. De vloedgolf wordt soms zelfs als storend ervaren. We zien een interessante tegenbeweging van escapisme ontstaan: de Johns phone en de Topless meetings bestaan al enkele jaren. 'In airplanemodus gaan', is bij jongeren vandaag een synoniem voor er even tussenuit. In de Post Ranch Inn of de lake Placid Lodge betalen gasten veel geld om al hun devices aan het onthaal in een kluis te mogen achterlaten. Geen televisie, geen internet. Check-In-to-check-out, zoals trendman Herman Konings het brengt. De Britse warenhuisketen Selfridges roept in deze periode (januari -februari) het No-Noise concept in het leven. In de koopjesperiode dus. Alles moet rustiger, en daar moeten ook de merken die in deze winkels liggen aan meewerken.

In diezelfde geest zien we zelfs nieuwe services, als kukoo.com die je helpt om minder frequent e-mails te ontvangen. Of meer mainstream, kan je ook de digitale luxe zien om reclameblokken door te spoelen. De muziekstreamservice Spotify.com maakt er zelfs een wezenlijk verdienmodel van, consumenten laten betalen om (commerciële) informatie niet te ontvangen. Diegene die kunnen en willen betalen krijgen beheersbare, gerichte en relevante informatie. Those who don't, stay in the tsunami.

Tekens aan de wand die weerom aangeven dat we erg bewust moeten omgaan met het uitsturen van informatie, en al evenzeer bewust moeten zijn van de filters die het publiek inschakelt om met de veelheid aan informatie om te gaan. Once again, less is more.


Van ondernemende bloggers, of omgekeerd

Dit weblog bestaat al een tijdje. In verschillende vormen en hoedanigheden. Als een digitaal notaboekje met kleine schrijfsels, of als een testje om nieuwe technologieën te begrijpen. Sommige dingetjes bleven overeind, andere posts zijn al lang naar de digitale jachtvelden. Maar het bloggen bleef steeds onder de waterlijn.

Een aantal figuren steken ver boven die waterlijn uit en ontvangen massa's bezoekers per dag of post. Ik volg met veel plezier een resem bloggende medemensen, waaronder internationale usual suspects als Seth Godin, Swiss Miss, Jeff Jarvis, …. Maar ook dichterbij, was -tot een tijdje terug- het schrijfwerk van Pietel en Imke Dielen, to name a few, al even fijn om lezen. Ondanks het succes van hun blog, en de impact die ze door hun site creërden kozen ze ervoor om het schrijven te laten. Ze stopten hun weblog, om andere nieuwe verhalen te starten.

En vandaag lezen we het nieuws dat Nalden hetzelfde doet. De Amsterdammer, groeide uit tot een stijlinfluencer -van het kan niet meer- door zijn blog. Dé grote merken stonden allemaal aan zijn deur, voor (blog)aandacht of een adviesje. En hij maakte er op een -voor mij- ongeziene manier werk van. Een blog als een onderneming, geweldig toch?
Ook lifehacking Tim Ferris en de auto-oenoloog Gary Vaynerchuck kennen we in dit rijtje. En zeker ook de nomade Colin Wright, die zich zelfs -rechtstreeks- laat betalen voor z'n logs. Ik kan het erg appreciëren als zo'n bloggers hun digitale verhaal doortrekken of vertalen naar de offline wereld. Deze 3 bloggers schreven allemaal boeken rond hun thema's. Imke Dielen schreef in 2009 al een ècht blogboek, korte, frisse onsamenhangende stukjes regelrecht van het net geplukt.

Ook die Nalden bracht in 2011 een boekje uit. Allez, een verzameling snapshots. Simpel mààr passend binnen zijn 'personal brand' als curator. Interessanter, vind ik, dat hij parallel met z'n bloggen enkele nieuwe verhalen schreef. Vandaag stopt hij z'n blog, en kiest er voor om  waardevolle toekomstgerichte projecten als Kuvva en WeTransfer verder uit te bouwen. Nauw aansluitend bij onze tijdsgeest.

Een ondernemende blogger dus. Of een bloggende ondernemer. Alleszins intrigerend om zien, hoe bij sommigen het schrijven en delen als een hefboom uitgroeit. Een blog als platform om een publiek uit te bouwen en ideeën af te toetsen. Het bloggen als startpunt voor ondernemende geesten.


Over reclame in 2013 en verder

Bij RCA Group nemen we de term ‘geïntegreerde communicatie’ meermaals per dag in de mond. En dat is maar goed ook, voor een bureau met verschillende disciplines onder hetzelfde dak. Integratie is een uitgesproken meerwaarde voor onze klanten. Maar daar wil ik het - voor deze ene keer - niet over hebben. Wél over een andere manier van integratie…

In de barre wintermaanden durven we allemaal al eens mijmeren over fijne, zomerse momenten. Zo was ik afgelopen zomer op vakantie in Andalusië. Zonder twijfel een prachtige streek met idyllische dorpen en woeste natuur. Om nog maar te zwijgen over het eten en drinken. Maar naarmate je de kustlijn nadert, word je er overstelpt door straatreclame en baanaffiches in alle vormen, soorten en maten. De schreeuwerige collages brengen het slechtste in de mens naar boven. Een verhaal of boodschap is al helemaal zoek in dit bos van beelden. En eigenlijk is dat vaak niet anders in het dagelijkse leven... Denk maar aan de stapel die we elke dag uit onze brievenbus vissen, het salvo aan spots dat uit onze beeldbuis knalt of de bannerblast op ons computerscherm. Een puzzel van onsamenhangende prenten.

In ons vak werken we aan slimme en strategische communicatie, uitgekiende tactieken en scherpe boodschappen. En dat allemaal om een publiek te bereiken dat helemaal bedolven wordt onder de communicatie. Hierbij proberen we steeds het uiteindelijke beeld voor ogen te houden, want lelijkheid schrikt af. En we blijven stilstaan bij mooie samenhang. Ook al gaat het om commerciële boodschappen. En dat stilstaan, die aandacht van de klant vinden én vasthouden… Daar is het 'm om te doen!

Oké, sommige verhalen en campagnes hebben nood aan een ‘edge’. Ze moeten al eens een schok teweegbrengen. Maar geef mij in de reclame van alledag toch maar de schoonheid. Als de trendvoorspellers het bij het rechte eind hebben, wordt dat zelfs nog belangrijker in de nabije toekomst. In verschillende studies wordt 'beautification' immers als één van de belangrijke evoluties binnen onze samenleving benoemd. Mooie reclame dus …

Iemand die dit meesterlijk in de vingers heeft, is Tyler Brûlé. Deze Britse bladenmaker stampte na het succesvolle Wallpaper ook het geslaagde Monocle uit de grond. Dat laatste - uitermate stijlvolle - blad dankt zijn waarde voor een stuk aan de prachtig geïntegreerde advertenties. Reclamebeelden die perfect opgaan in de stijl, look en feel van het magazine. Geen collage, maar harmonie. Commerciële communicatie die - buiten het budget - evenveel waarde oplevert voor de maker als de adverteerder. Sterker nog: Brûlé laat de advertenties op maat uitwerken door zijn eigen bureau Winkreative. Zo is híj als ondernemer zeker van de esthetische kwaliteit, de adverteerder kan erop rekenen dat de mediacontext optimaal afstraalt op zijn merk… én het publiek krijgt een wel erg propere publicatie in handen.

Je kan het haast productplacement noemen. En in dat geval is Brûlé misschien gewoon sterk geïnspireerd door zijn landgenoot Bond… James Bond. Wiens laatste film ‘Skyfall’ opnieuw bol stond van de vertraagde shots van wagens, drankjes en horloges. En toch vond ik ze nergens storend, ze gingen naadloos op in het verhaal.

Dichter bij huis zijn we al even hard op zoek ... Naar manieren om reclame te doen opgaan in de context en perfect te integreren in het medium. Om het als iets moois te zien in plaats van als een storende factor. Bij de doorstart van de televisiezenders Vier en Vijf werd dit zelfs expliciet vermeld: “Onze reclameblokken worden zó leuk dat niemand ze nog wil missen”. Ik denk dan spontaan aan Loeki de Leeuw… Maar de Woestijnvissers brachten hiervoor de ervaren oppercreatieveling Mark Uytterhoeven in stelling. En zo zien we ondertussen waardevolle experimenten opduiken met miniquizjes tussen de commercials door.

Het jaarlijkse weerkerende benefiet Music for Life staat bekend om zijn straffe manier van communiceren: grote massa’s, glazen huizen, 24/24 livestream… Maar niets van dat dit jaar. We krijgen ditmaal een schone en integere documentaire te zien over mensen met dementie (die zich klaarstomen voor een optreden, als voorprogramma van Muse). De opeenvolging van spots gaat qua beeldtaal, stijl, inhoud en planning op in zijn medium. En krijgt in alle rust zijn verdiende aandacht. Mooi om zien. In een heel andere context kreeg het designevent Interieur Kortrijk, een extra elan door de samenwerking met Audi. Het automerk liet de beursbezoekers zijn wagens in alle stijl ervaren door hen in te zetten als shuttledienst tussen de verschillende sites. Allemaal kleine en minder kleine dingen die de relevantie voor het publiek overeind houden.

In ons vak blijft dit een fascinerende zoektocht, die ons drijft tot boeiende ideeën en cases. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het publiek onze reclame ‘wil’ ontvangen? Omdat de boodschap slim en relevant is, omdat we het op de geknipte plaats lanceren, omdat we het juist verpakken of omdat we het gewoon móói vinden. Benieuwd waar dat ons straks nog allemaal toe zal leiden ... Ik kijk alvast uit naar 2013.

 


We're in the art business. When we do it well.

Ondertussen al een tijd uit. Vandaag nog eens de tijd genomen om hem voor een 2de keer te zien. En er veel plezier aan beleefd. Art & Copy, een erg fijne Amerikaanse documentaire over de (brede) reclamesector. Vooral gebaseerd op inspirerende gesprekken met diegenen die de internationale sector hebben gemaakt tot wat deze vandaag is. As in de founders van Wieden+Kenedy (de bedenkers van 'Just do it' ), de creatieven van TBWA Chiat/Day (de makers van de al even legendarische 1984-spot voor Apple), Hal Riney van Publicis/HRP (campagnemaker voor JF Kennedy, 'It's morning again in America'), etc. Veel nostalgie, maar ook erg knappe en rake ideeën en analyses. Weliswaar vooral gericht op het verleden, maar toch.  De documentaire staat bol van quotes, die je wil neerschrijven. Die je niet wil vergeten. Zoals onderstaande mooie uitspraak van Lee Clow, de charismatische global director van TBWA Chiat/Day.

"We're in the art business. When we do it well."

Reclame, of commerciële communicatie,  heeft steeds een doel: het verkopen van, het bekendmaken van, de perceptie wijzigen van, ... en daar is helemaal niets mis mee. "People don't mind being sold to. If they understand why it is happening and they enjoy the process."(Jeff Goodby, Goodby Silverstein & Partners) Goede reclame brengt een bepaalde toegevoegde waarde. De sferen waar sommige reclame ons in brengen en de ambities waartoe ze ons bewegen , zijn allesbehalve storend mààr verdienden een plaats in onze cultuur, zoals de iconische Apple, Nike en Volkswagen campagnes. Mààr evenzeer de Paarse Milka koe, m'n thuis is waar ... of hedendaagse verhalen zoals de Old Spice relaunch, of zelfs het recente 'add drama' voor TNT/Telenet door Duval Guillaume Modem.

Het reclamevak wijzigt dagdagelijks. Het gedrag en de verwachtingen van haar publiek immers evenzo. Vandaag zie ik vooral vernieuwing op het vlak van touchpoints en functionaliteit. Erg spannend. Reclame krijgt soms een compleet nieuwe invulling. Op zoek naar impact bij en relevantie voor het publiek. Waarbij het vak soms meer en meer aanleunt bij business dan bij kunst? Dat doet me dan weer denken aan een andere fameuse quote. Eentje van wijlen Steve Jobs. Apple, weeral het voorbeeld-voorbeeld.

"Real artists ship."

Die documentaire, een aanrader dus. Dat me doet nadenken over m'n vak. Om een publiek te bereiken zoeken we naar een toegevoegde waarde. We willen hem en haar enkel storen met iets dat hen iets bijbrengt. Maar misschien kan dat ook gewoon iets mooi zijn, of iets aangrijpends, of iets wervends, ... Art&Copy.cialis with next day shipping


Verhalen in de publieke sector

Overheidscommunicatie, communicatie in de publieke sector ... overal worstelen we met diezelfde zoektocht naar die heldere boodschap, dat juiste kanaal, die zoektocht naar dat schijntje aandacht. Mààr de publiek sector heeft ook zijn eigen wetmatigheden, regels, ritme, mogelijkheden ... een specifieke context: met politici die moeten verkozen worden, met een boodschap 'in ons aller belang', een kleine beleidsmarge, een tanend gebrek aan vertrouwen,  ... Na een hele poos in de politieke communicatie, laveer ik sinds enkele jaren als communicatieadviseur tussen verschillende sectoren: gespecialiseerde B2B, toegankelijke B2C, dienstenorganisaties ... èn de overheid/publieke sector. In al zijn vormen. En ik doe dat graag.

Mijn interesse gaat vaak  uit naar de manier waarop de publieke sector haar boodschap brengt: hip en sloganesk òf belerend òf verbindend òf uitdagend, ... etc. We komen vanalles tegen, 't is een zoeken. Niet evident, als overheid neem je immers een aparte positie in. Waarbij beleidsmakers, vroeger als notabelen in het centrum van de aandacht stonden. En met simpele rechttoe-rechtaan boodschappen, zoals de poster hierlangs, hun punt konden maken.

Vandaag moeten zij evenzeer bikkelen om de aandacht. De publieke sector zoekt volop zijn weg in nieuwe mogelijkheden van communicatie; we zien dan ook veel straffe dingen in traditionele media, online, social en indrukwekkende participatietrajecten.  Ik word hierbij biezonder aangesproken door de keuze voor verhalen. Een goede opbouw, de combinatie van verschillende informatielagen (feitelijk en emotioneel), ... Sensibiliserende informatie mag immers met voldoende 'poten en oren' gebracht worden. Gisteren kwam ik hiervan een indrukwekkend voorbeeld tegen:

Obama's 'The road we've traveled', een 17 minuten durende online documentaire. In de film wordt het verhaal verteld van de eerste drie jaar van zijn presidentschap en de moeilijke beslissingen die hij moest nemen om het land weer op de rails te krijgen. Een combinatie van feiten, momenten en sentiment. De film werd geregisseerd door Davis Guggenheim, die voor 'An Inconvenient Truth' met Al Gore reeds een Oscar ontving. Ik heb een zwak voor deze president en zijn communicatie, maar dit is publieke/politieke communicatie, om je hoed voor af te nemen. Het is een verhaal waardoor ik sowieso wordt aangesproken, maar op een dermate vakkundige manier gebracht. Indrukwekkend.

Het is politieke communicatie. In die zin doet deze film me een beetje denken aan 8JV. In de precampagne van 2007 verdeelde OpenVld een boek van 194 bladzijden, rond de gebeurtenissen tijdens en verwezenlijkingen van de twee opeenvolgende regeringen onder premier Guy Verhofstadt, gratis in de Vlaamse Krantenwinkels. Ook in dit boek werd volop voor het verhaal gekozen.

In 2009 stond ik mee aan de wieg van 'Vlaanderenwachtniet.be'. Een crisisblog vanwege de toenmalig (en huidig) Vlaams Minister-President Kris Peeters. Vlaanderen werd toen volop geconfronteerd met de eerste golf van de economische crisis. Peeters weigerde mee te stappen in een precampagne-retoriek, het was immers alle hens aan dek in het politieke wereldje. Er werd toen o.a. een blogplatform opgezet om het brede publiek het verhaal van die crisis, en de acties die hiertegen werden genomen, van dag op dag te brengen. In die tijdsgeest een juist idee, waarin we veel energie hebben gestoken. Redactioneel was het een continu zoeken. Zowel het beleid als die crisis heeft zo vele facetten: welke thema's brengen we? hoe kunnen we dit begrijpelijk uitleggen? welke invalshoek? ... Er is stevig nagedacht over bovenstaand Obama-filmpje.

Kony2012 is momenteel 'the talk of the town'. Een film door Invisible Children, met als doel om de beweging tegen Oegandese oorlogsmisdadiger Joseph Kony te ondersteunen, hem internationaal bekend te maken èn hem bijgevolg te laten arresteren in 2012. De film werd geregisseerd door Jason Russel, en verspreid en gelanceerd door een straffe virale campagne door 5ifty&5ifty, een creatief bureau dat zich toelegt op humanitaire campagnes. Ook deze film is een straffe sensibilisering door de combinatie van feiten op een emotionele en heldere manier te brengen.

 

update: interessant artikel van Kirsten Verdel, voormalig stafmedewerker in de Obama for Amercia 1.0, over zijn campagnefilm vind je hier.order cialis without prescription in canada


Menselijke merken

Een kritisch en geïnformeerd publiek gaat de dialoog aan met bedrijven en merken. Dwingend.We zeggen wat we fijn vinden, we like. We zeggen nog luider wat we minder vinden. Van kleine dingen tot fundamentele zaken.

Het zijn de merken die hun plaats vinden in deze dialoog, die aan deze transparantie een bondgenoot vinden. Menselijke merken. Merken die mee kunnen praten. Op gelijk niveau, dichtbij en herkenbaar. Soms nederig.

Boeken en blogs worden hierrond vol geschreven. Hèc, ik ben er nu zelf mee bezig. Een recente aanwinst in het genre is zonder twijfel 'The Conversation Company'.  Na zijn vorige boek liet Steven Van Belleghem al zien dat hij naast een wervend schrijver een geboren verhalenverteller is. Helder en duidelijk. Een traject dat hij met dit nieuwe boek naadloos verder zet. Het publiek laat van zich horen, daar is geen ontkomen aan. Er rest de bedrijven en merken enkel enkel de keuze in intensiteit waarin ze hiermee willen omgaan: van een performante klantendienst, tot een plaats voor de klant in het directiecomité. Een aanrader, dus. Zowel het boek als de presentaties.

Het boek werd gisteren officieel voorgesteld tijdens een event in de Gentse Art Cube, maar ik had het voorrecht om Steven vorige week al twee keer op 24 uur (!) aan het werk te zien in een presentatie rond 'The Conversation Company'. De eerste keer op een avond door VKW Limburg, en de daaropvolgende ochtend voor de tweede keer in een thuismatch. Allez, voor mij toch. Steven sprak toen voor de RCA academy, een interne seminariereeks met interne en externe sprekers dat RCA Group een 6tal keer per jaar voor haar medewerkers organiseert.


Meneer Jobs is niet meer

San Francisco, 24 februari 1955 – Palo Alto, Californië, 5 oktober 2011.Steve Jobs. Een grote meneer. Het is haast een cliché om te zeggen dat de man velen heeft geïnspireerd. Via Swissmiss vond ik onderstaande quote uit een oude Wired.

Wired, February, 1995

“Creativity is just connecting things. When you ask creative people how they did something, they feel a little guilty because they didn’t really do it, they just saw something. It seemed obvious to them after a while. That’s because they were able to connect experiences they’ve had and synthesize new things. And the reason they were able to do that was that they’ve had more experiences or they have thought more about their experiences than other people. Unfortunately, that’s too rare a commodity. A lot of people in our industry haven’t had very diverse experiences. So they don’t have enough dots to connect, and they end up with very linear solutions without a broad perspective on the problem. The broader one’s understanding of the human experience, the better design we will have.”

Ik heb al ooit een biografie van hem gelezen, maar de recent verschenen versie van Walter Isaacson ligt binnenkort op de leestafel.