Offf15, free the future

Eind mei, samen met 5 collega’s voor 3 dagen naar Barcelona voor Offf festival. Feeding the future. A festival … but not as we know it, eerder een losjes georganiseerd  congres voor en door designers. Met schone mensen op en naast het podium:

Hi, i’m Gemma O’Brien … en ik teken op ‚kotszakjes’ in vliegtuigen en dat gaat hard op TumblrNice to meet y’all, we’re WeAreSeventeen … en die Selfies, we lachen er mee. Zo zeer dat we er een filmpje over hebben gemaakt. Hey, i’m Rick Banks … en ik heb al van kindsbeen af een zwak voor fonts op voetbaltruitjes, en dat heb ik nu in een boek verzameld. Hé, wij zijn Anton&Irene … en ik ben een documentaire aan het maken over het huis waarin ik ben opgegroeid. Yo, i’m Jon Burgerman … en ik speel met de filmposters in de metro.

Een rode draad valt op. Een set up van straffe designers, die in plaats van te pochen over hun sterk werk voor mooie merken, vooral met veel (pardon-my-french) ‚passie' vertellen over de kleine en grote dingen die ze in hun vrije tijd doen.  Als was het een georkestreerd pleidooi om door je commercieel werk tijd te kopen; om zonder opdracht te experimenteren en nieuwe dingen uit te proberen. Je goesting te volgen. En die eigen dingen brengen niet alleen frissen hoofden maar (oh-ironie) ook nieuwe klanten mee. Merken die op zoek zijn naar authentieke ideeën en ontwerpen.

Hà, dat vind ik een mooi verhaal ten opzichte van de recente marketingliteratuur en -congressen die toch nogal eenzijdig focussen op het lezen en begrijpen van de consument. Wat natuurlijk een ontegensprekelijke (zelfs bewijsbare) waarde heeft. Maar voor een oorspronkelijk idee en eigenzinnige vormgeving, daarvoor moet je ook regelmatig afstand en tijd nemen. Een rood draadje dat blijft hangen.


Waarom worden logo’s zo simpel?

Stel dat je me die vraag zou stellen. Als het op mooie vlaggen aankomt, dan staan de Zwitserse en Japanse in m’n persoonlijke top 3.
Klein, puur en juist. As little design as possible. De iconische woorden van Dieter Rams, weet-je-wel. En ik ben daarin wellicht weer niet alleen. Dwars doorheen modes en trends blijven vormgevers dwepen met dat minimale. Kijk maar naar Apple, waar elke restyling een ode aan deze Braun-designer blijft.

Minder waar het kan: het lijkt letterlijk het marsorder in vele branding-trajecten van vandaag. Meer-en-meer recente logo’s komen rechtstreeks van het toetsenbord, een basisvorm of een simpel teken. Zonder vervorming, recht uit het doosje: de asterisk van de provincie Vlaams-Brabant, of de driehoek van de provincie Antwerpen. Het vierkant van de Noorse nationale parken of de rechthoek van Hewlett Packard.

basisvormen_vb

Simpel staat thans niet altijd gelijk met makkelijk. Niet voor het publiek. Kijk maar naar de hetze rond de spartaanse Hillary-pijl van vandaag, ten opzichte van het alomgesmaakte Obama-logo uit 2008. En niet voor de ontwerpers. Het zijn grote namen die achter deze basisvormen staan: Michael Bierut tekende de pijl voor voor Hillary Clinton, Saffron zorgde voor het cmnd-teken van Proximus en het volle vierkant van Canvas werd getekend door de Londense Why Not Associates. Die ondertussen ook wel het Vier logo maakten :)

oh

Simpel staat thans wel gelijk met nodig. Een hedendaags merk is adaptive en responsive, ook in vorm. Als herkenningsteken doorheen al de contacten met je publiek. Als signatuur om een verhaal te ondertekenen. Voorzien op de ontelbare en onverwachte manieren waarop het gebruikt kan en zal worden: van groot geanimeerd op een super-retina-display, tot subtiel en onooglijk klein in een notificatie op je smartwatch. En dan kan je rekenen op zo’n simpele vorm. Form follows function, nog zo’n legendarische catchphrase uit de tijd van Rams en Co.

Mijn idee: simpel is sterk, maar mag niet gelijk staan aan vrijblijvend. Het mag niet inwisselbaar zijn. Ofwel zit er bij start een simpele slimmigheid in je logo, cfr. het canvas van Canvas. Ofwel geef je de vorm verhaal in je communicatie, zoals de dames en heren van Proximus doen. Maar nooit mag het een vormpje-zonder-meer blijven.

PS: Technologie brengt ons terug naar de basisvormen, maar tegelijkertijd evenzeer naar het barokke alternatief: het logo dat er nooit hetzelfde uitziet. Weer een staaltje van Enerzijds-Anderzijds, seh.


Proximus, non est optimus

Okay, gebrekkig keukenlatijn … maar het rijmt. Proximus. Optimus. Optima. Het eerste wat me door het hoofd ging, bij het zien van het nieuwe Proximus-logo: Optima. Ik was geen ‚Latijnse woordjes aan het opzeggen’, maar bedoelde wel degelijk de Gentse zakenbank. En ik was niet de enige. Sinds de lancering op 29 september 2014 is er al heel wat inkt over gevloeid, zelfs advocatenkosten op gemaakt. 2 publieke Belgische bedrijven: beiden met een latijnse naam en een #-pretzel als icoon. Dat is misschien nogal dichtbij, niet?  Maar dat kan. En dat kan gebeuren. Maar zelfs naast die gelijkenis: ik ben geen fan van deze rebranding.

Het is thans een interessante keuze om het jarenoude Belgacom-brand op de bank te zetten, en het mobiele merk Proximus omhoog te duwen als paraplumerk. Ongezien, door mij alleszins. Maar er zijn wel wat pro’s voor te bedenken.  Jammer dat zo’n moedige verandering niet ten volle is gebruikt. Het resultaat toont een rebranding door het hoofd,  zonder karakter. Belegen en vlak. Zelfs knullig in uitwerking. Nee, ik ben geen fan.

Het overheidsbedrijf dat groeide uit de 'Regie voor Telegraaf en Telefoon’ (°1896), vandaag als marktleidend en hedendaags overheidsmerk vormgeven. In een tijdsgeest die zò gestuurd wordt door deze sector. Wat-Een-Opdracht. Wat-Een-Geweldige-Opdracht!

De opdracht ging naar het Spaanse Saffron, straffe brand consultants met ‚ervaring' in telecom. Te zeggen, ze hebben de fusie-branding van het Oostenrijkse A1 Telekom in hun portfolio. Voor de Belgacom/Proximus-opdracht werkte Saffron samen met het Britse Space Doctors. Het internationale gezelschap werkte in 2 jaren vanuit audit en analyse naar dit resultaat toe. Bof.

Het valt me op dat er in ons land, voor de grote merken-opdrachten zelden voor dichtbij wordt gekozen. Sic, de telecom-collega’s van Base kozen voor hun branding jaren terug zelfs voor het Australische LeftBrainRightBrain. Maar hey. De wereld is een dorp. En ook in ons bureau werken we graag met buitenlandse creatieven samen, als zij het beste werk zullen maken. Maar in een identiteitsoefening. Voor een overheidsmerk. Vraag ik me dan af: kunnen die grote ver-weg brandidentity-bureau’s voldoende de cultuur en eigenheid meten en voelen? Zien ze de mogelijkheden en gevoeligheden? Of bewaren zij net een comfortabele en rationele afstand?

Soit, ik ben dus geen fan. Ter vergeving, laten we eerlijk zijn. De Spanjaarden hebben Belgacom/Proximus in woelige tijden mogen analyseren. Het zal geen wandeling-in-het-park zijn geweest om deze opdracht te doen landen. Maar Wim Mertens’ iconische Struggle for pleasure als deuntje laten vallen? ManMan. Onvergeeflijk. Dan ben je nog niet bijna dichtbij mij.


klare lijn

Jawel, ik ben terug aan het lopen. Een opgefrist ritme, toerke en gewoonte. De muziek in de oren is vervangen door een audio-boek. -geeuw- Het klinkt misschien wat saai, maar ik vind het ideaal oom het hoofd leeg te maken van het oude en te vullen met wat nieuws. En dat werkt dus ook met de loopschoenen aan. Qua boeken: geen fictie, of al te technische materie. Bio’s doen het erg goed. Op een maand tijd vlogen oa. Bezos, Branson en Godin me door de oren. Deze week zat ReWork in de playlist. Een visieboek van 37signals, het  bewuste bedrijfje achter Basecamp.

Het boek is een aaneenschakeling van kleine en grote inzichten, gebracht met een typisch Amerikaans zelfzekerheid. Ze brengen onder meer een fijne redenering waarom ze onder alle voorwaarden ‚klein’ willen blijven als bedrijf. "Wat is de optimale grootte van je team om de dingen gedaan te krijgen, die je wil doen.” In plaats van het traditionele statusstreven naar een ‚groot’ bedrijf.  (Ondertussen werd hun consequentie hierin nog eens bevestigd. Ze hebben het bedrijf 37signals ‚opgedoekt’ - en het einde van enkele nevenproducten aangekondigd - voortaan gaan ze ‚focussed’ door het leven als Basecamp. De naam van hun sterproduct èn nu ook het bedrijf)

Een kleine zinnetje in het boek ging echter over de Sharpie, de -vooral-in-de-vs-gekende- dikke tekenstift. En het idee dat ze in hun bedrijf roughs of schema’s enkel uittekenen met Sharpies. De dikte van de stift verplicht hen om te simplificeren. Om de nuance, details en schaduwen te vermijden. De klare lijn als symbool van een goed idee. Voor mij, als continu-tekenaar-kribbelaar, een zinnetje dat blijft hangen. Zelfs tijdens een avondloopje.

Het is een variant op het gekende 'ik schreef je een lange brief - want ik had geen tijd voor een korte’, of 'een echte hit kan je spelen met één vinger op één snaar’. Maar het zinnetje gaat ook over de waarde van een tekeningetje. Enkele ruwe lijnen die de meest complexe dingen tot een begripvol Aha brengen. Allez, soms toch. Dat tekenen zit diep in mij. Of het nu is om iets aan anderen te verklaren, of aan mezelf. Ik betrap mezelf dan ook steeds weer op de vraag: 'Mag ik?’, als ik tijdens een meeting een white board zie staan.

Als ik op dat gedroedel werd aangesproken, begon ik vaak over het boekje ‚The back of the Napkin’.  Amusant en juist werk van Dan Roam. Hij vertelt over de waarde van een tekening (al dan niet op de achterkant van een servetje), in het overbrengen van je ideeën. Niet alleen de tekening zelf, maar ook hoe je je schets opbouwt zorgt ervoor dat je je publiek meeneemt in een verhaal. Soit. Fijn voor de tekenaars onder ons. En nog meer voor de niet-tekenaars. Want het boek is opgebouwd vanuit de idee dat je zeker niet moet kunnen tekenen, om je verhaal te kunnen uitleggen ‚on the back of a napkin’.

In diezelfde geest staat er sinds vorige week iets nieuws in m’n papieren bibliotheekje: 'The Exceptionally Simple Theory of Sketching' van George Hlavàcs. Essentie: 't is simpel, tekenen is durven en doen. En ze gebruiken hiervoor zelfs dé wijsheid van niemand-minder-dan Salvator Dali:

"If you act like a genius you will be a genius!”

En -hop- zo doorprikken ze weerom wat magie: als essentie van het schetsen en droedelen, eerst zorgen dat het er goed en pro uitziet. En dan pas dat het juist is. :) Herkenbaar. Of  toch misschien maar beter die Sharpie boven halen?


handen in de lucht voor airbnb

What’s not to like about Airbnb? Op 6y tijd uitgegroeid als dé zoekreflex voor overnachtingen. Niet in hotels of resorts, maar gewoon bij particulieren die een kamer 'of een huis' op overschot hebben. Brian Chesky, Joe Gebbia en Nathan Blecharczyk startten het platform op 2008, vandaag hebben ze al meer dan 500 000 locaties in portfolio. De kracht van peer-to-peer, zowel in business, marketing als community. Het werd een echte gamechanger in toerisme. Met 750 000 likes op Facebook, waaronder weinig hoteleigenaars wellicht :)

What was not to like: hun logo. Ondanks de tijdloos sterke kleurencombinatie van cyaan, magenta en wit, heb ik hun logo steeds als storend ervaren. Een corpulent script, met een al even dikke witte outline mèt schaduw. Een sympathiek logo, dat wel. Maar eentje dat plaats en aandacht vraagt. Veel plaats, en veel aandacht. En dat past niet binnen hun verhaal, denk ik dan drammerig. Een platform moet dragend zijn, en haar logo moet dat uitstralen. Eigenheid geven zonder de aandacht van de foto’s, mensen en locaties weg te nemen.

En vorige week was het zover, handen in de lucht, tada … een nieuw logo voor Airbnb. A whole other ball game: een mooi, fijn en passend signatuur. Wat mij betreft, erg proper werk van DesignStudio, zowel in verhaal als in grafiek. Een traditionele opbouw van symbool en typografie. Waarbij voor mij het gebruikte font, maar vooral de integratie van symbool en typo een beetje te vrijblijvend zijn. Maar het symbool maakt veel goed: een simpele en pure vorm. Hedendaags en tijdloos. Misschien niet helemaal origineel (cfr. pampers), maar … pff, what is? En dan begint het nog maar pas. De introductie van het logo vind ik super. Geen vrijblijvend vuurwerk, maar een écht verhaal, in woord en beeld. Over het ontstaan en de toekomst van Airbnb. Over de essentie/core van Airbnb ...

For so long, people thought Airbnb was about renting houses. But really, we’re about home. You see, a house is just a space, but a home is where you belong. And what makes this global community so special is that for the very first time, you can belong anywhere.

Het begrip ‚belonging’ als kern van hun werk. Misschien wat zweverig en ver uitgesponnen. Maar ze hebben tenminste een kern, een purpose, en ze kunnen en durven deze te verwoorden. Schoon positionerend werk. Airbnb gaat niet over het boeken van overnachtingen ( > massa’s concurrenten) , het gaat over wereldwijd thuishoren (> blue ocean). Schoon onderscheidend werk.

Daarbij je community uitnodigen om zelf aan de slag te gaan met het symbool, ik heb er vaak mijn twijfels bij … maar voor een communitygedreven brand als Airbnb kan het precies. Met wel vele en fijne resultaten tot gevolg. Maar je symbool bij lancering al publiekelijk een naam geven (de bélo) …. hmm. Dat nodigt volgens mij vooral uit om eens goed mee te lachen. De swoosh is ook maar begonnen als ‚de streep’, en heeft pas mettertijd zijn naam gekregen.

Desalniettemin, handen in de lucht voor de heren en dames van Airbnb èn DesignStudio en hun nieuwe vlag.


Pen en Papier

Fienelot schrijft. En ze doet dat goed. Het leerpad van haar eerste studiejaar was ronduit verbazend. Vandaag pent mevrouw haar eerste zinnen neer, en des avonds kruipt ze al eens in de zetel met een dik boek Jip en Janneke. Super, vind ik dat.

Mijn dochter schrijft. En ik vind dat fijn. Niet alleen omwille van die overweldigende oudertrots, ook een ander zwak speelt hier mee. Men zwak voor pen en papier. Ja, ik beken. Ik herken blind het papierverschil tussen een notaboekje van rhodia, moleskine of postalco. En men 30ste verjaardag, waarop men ouders me een Montblanc Meisterstuck cadeau deden, zal ik nooit-of-te-nimmer vergeten. En zij al evenmin mijn extatische reactie. Zelfs die marineblauwe Parker Jotter voor m’n eerste communie, of die wijnrode Waterman voor m’n 12de zijn stevig weggeschreven in men geheugen.

Wars van de doemscenario’s, die zeggen dat onze kinderen geen handschrift meer zullen ontwikkelen, door al hun getokkel en geswipe, hoop ik diep vanbinnen dat Fienelot en Tobias het plezier zullen kennen van vloeiend gekras van die ene pen op dat juiste papier. Een plezier zoals ik dat heb meegekregen van mijn vader.

In mijn leven vol schermen, hebben boekjes en pennen een blijvende plaats. Concepten die beide op een juiste manier combineren, zoals de samenwerking tussen moleskine en evernote, hebben mij alvast als fan. Ik kijk hard uit naar paper later, de overtreffende trap van instapaper, readability of het mooie pocket. Save the web for paper later. Jouw selectie van digitale artikels en posts printed als een krant. Wat een kwaliteitskrant :) Voorlopig in beta, enkel uk.


Een warm interieur

Net een fijne trip naar Kortrijk achter de rug, meerbepaald naar de tweejaarlijkse hoogmis van interieur en design: Interieur2012Mijn broodheer verzorgt sinds jaren de pers en media voor dit event, en een aantal van onze klanten staan er in volle glorie. En ik was er nog nooit geweest. En dat ik er zin in had.

In de Expohallen kom je terecht in een visuele wervelstorm. Zonder overdrijven. Van de poshy glitter op immens grote standen, over uitgepuurde eenvoud van blijvende zoekers, naar de aandoenlijk poëtische eerste werken van jonge leeuwen. En naar elkeen stuk wordt geboeid gekeken. Bestudeerd als artefacten. Hoe verschillend en verscheiden de stijlen en insteken zijn, het respect van het publiek voor hun vormen, vormgeving en materialen zijn alomtegenwoordig. En dat dat schoon om zien is.

Naar al die andere mooie dingen wordt trouwens niet enkel gekeken. Er wordt ook aan gevoeld en over gewreven. Hout en textiel zijn dan ook zwaar vertegenwoordigd.

Datzelfde respect zie je ook voor het verleden en de toekomst. Veel aandacht voor oude meesters. Ontwerpen uit een lang verleden die hun waarde vandaag nog steeds bewijzen, als icoon of als inspiratie voor nieuwe werken.

Curator van dienst Lowie Vermeersch, die een paar keer dromerig m'n pad kruiste kruiste, bracht de stad en de beurs  dicht bij elkaar. De boeiende ontwikkelingen die o.a. Stef De Clerck realiseerde op het Buda-eiland hebben wellicht geholpen, maar toch. Een mooie verwevenheid en aanvulling.  Van de expohallen naar het Buda-eiland dus.  In het 'Budafabriek', kwamen we terecht in een broeierig en levende hal: jonge ontwerpers aan het werk, en studenten staan/zitten/hangen in discussie. Allemaal erg vriendelijk en menselijk. Vormgevers die de kans krijgen om hun werk te duiden en hun manier van werken te laten zien.

Wel eigenlijk, een warme aangelegenheid die Interieur. En inspirerend dat het geen naam heeft.cialis india


We're in the art business. When we do it well.

Ondertussen al een tijd uit. Vandaag nog eens de tijd genomen om hem voor een 2de keer te zien. En er veel plezier aan beleefd. Art & Copy, een erg fijne Amerikaanse documentaire over de (brede) reclamesector. Vooral gebaseerd op inspirerende gesprekken met diegenen die de internationale sector hebben gemaakt tot wat deze vandaag is. As in de founders van Wieden+Kenedy (de bedenkers van 'Just do it' ), de creatieven van TBWA Chiat/Day (de makers van de al even legendarische 1984-spot voor Apple), Hal Riney van Publicis/HRP (campagnemaker voor JF Kennedy, 'It's morning again in America'), etc. Veel nostalgie, maar ook erg knappe en rake ideeën en analyses. Weliswaar vooral gericht op het verleden, maar toch.  De documentaire staat bol van quotes, die je wil neerschrijven. Die je niet wil vergeten. Zoals onderstaande mooie uitspraak van Lee Clow, de charismatische global director van TBWA Chiat/Day.

"We're in the art business. When we do it well."

Reclame, of commerciële communicatie,  heeft steeds een doel: het verkopen van, het bekendmaken van, de perceptie wijzigen van, ... en daar is helemaal niets mis mee. "People don't mind being sold to. If they understand why it is happening and they enjoy the process."(Jeff Goodby, Goodby Silverstein & Partners) Goede reclame brengt een bepaalde toegevoegde waarde. De sferen waar sommige reclame ons in brengen en de ambities waartoe ze ons bewegen , zijn allesbehalve storend mààr verdienden een plaats in onze cultuur, zoals de iconische Apple, Nike en Volkswagen campagnes. Mààr evenzeer de Paarse Milka koe, m'n thuis is waar ... of hedendaagse verhalen zoals de Old Spice relaunch, of zelfs het recente 'add drama' voor TNT/Telenet door Duval Guillaume Modem.

Het reclamevak wijzigt dagdagelijks. Het gedrag en de verwachtingen van haar publiek immers evenzo. Vandaag zie ik vooral vernieuwing op het vlak van touchpoints en functionaliteit. Erg spannend. Reclame krijgt soms een compleet nieuwe invulling. Op zoek naar impact bij en relevantie voor het publiek. Waarbij het vak soms meer en meer aanleunt bij business dan bij kunst? Dat doet me dan weer denken aan een andere fameuse quote. Eentje van wijlen Steve Jobs. Apple, weeral het voorbeeld-voorbeeld.

"Real artists ship."

Die documentaire, een aanrader dus. Dat me doet nadenken over m'n vak. Om een publiek te bereiken zoeken we naar een toegevoegde waarde. We willen hem en haar enkel storen met iets dat hen iets bijbrengt. Maar misschien kan dat ook gewoon iets mooi zijn, of iets aangrijpends, of iets wervends, ... Art&Copy.cialis with next day shipping


Meneer Jobs is niet meer

San Francisco, 24 februari 1955 – Palo Alto, Californië, 5 oktober 2011.Steve Jobs. Een grote meneer. Het is haast een cliché om te zeggen dat de man velen heeft geïnspireerd. Via Swissmiss vond ik onderstaande quote uit een oude Wired.

Wired, February, 1995

“Creativity is just connecting things. When you ask creative people how they did something, they feel a little guilty because they didn’t really do it, they just saw something. It seemed obvious to them after a while. That’s because they were able to connect experiences they’ve had and synthesize new things. And the reason they were able to do that was that they’ve had more experiences or they have thought more about their experiences than other people. Unfortunately, that’s too rare a commodity. A lot of people in our industry haven’t had very diverse experiences. So they don’t have enough dots to connect, and they end up with very linear solutions without a broad perspective on the problem. The broader one’s understanding of the human experience, the better design we will have.”

Ik heb al ooit een biografie van hem gelezen, maar de recent verschenen versie van Walter Isaacson ligt binnenkort op de leestafel.