Do you trust us?

“De helft van ons vak draait om vertrouwen.”

Aan de gesprekstafel met een aantal jonge ondernemers mag je al eens kort door de bocht gaan om een punt te maken, toch? Maar het zal niet veel schelen. Vertrouwen is bepalend. Je kan pas met impact iets vertellen, als je publiek gelooft wat je te zeggen hebt.

En dat vertrouwen ligt op alle fronten onder vuur. We kijken argwanend naar boven, onder, elkaar en in het rond. De laatste jaren vol grootse gebeurtenissen liggen aan de basis: van wankelende industriële mammoeten, over alternatieve feiten tot transformationele ontslagen. Er gebeuren vreemde dingen, en ze gebeuren snel en onverwacht. Digitale transparantie en globalisering als olie op het vuur.

In vrije val

We mogen ondertussen spreken van een systeemcrisis. Dat werd pas nog eens bevestigd in de 2017 Trust Barometer. Steeds een mooie onderbouw voor macrotrends en donkerbruine vermoedens, maar je wordt nooit blij van dit jaarlijkse rapport. Sinds 2001 onderzoekt Edelman wereldwijd de staat van ons vertrouwen in die wereld en elkaar. En dat dat niet goed is. Doorheen de jaren onderzochten ze de terugval van de onaantastbare overheid, het opstaan van peers als n° 1 influencers, de bepalende persoonlijke rol van CEO’s en bestuurders, enz.

De 2017-versie van het onderzoek orakelt scherp die omvattende crisis in ons vertrouwen. In hun algemene Global Trust Index, zakken we in 2017 met 3 punten ten opzichte van 2016. Het gebrek aan vertrouwen in de instituten (bedrijven, overheid, media en ngo’s) blijft hierin quasi stabiel: bedrijven en ngo’s halen nog nét een neutrale 50%, de media nemen een duik en de overheid blijft laag hangen met 41% vertrouwen.

The big system doesn’t seem to work anymore.

53% van hun respondenten onderschrijft deze stelling. Ze kunnen de grote uitdagingen (vluchtelingen, opwarming, …) waarmee we geconfronteerd worden niet meer de baas. En dat wakkert populistische gevoelens en protectionistische acties aan (cfr. Brexit, Trump, Wilders, …). Een trend die zichzelf in stand houdt, zoals Edelman ook treffend illustreert in hun ‘Cycle for Fear and Distrust’.

Enerzijds anderzijds

We lijken in een negatieve spiraal te zitten. Maar zoals steeds is er een tegenbeweging. Meer en meer merken staan op en nemen een duidelijke positie in. Ze willen open en eerlijk zijn. Ze willen goed doen. Tekenend was hierin de pauze van de Amerikaanse Superbowl: hét walhalla van de reclame. Het meest drukbekeken en dus dure reclameblok, ever. Een moment waarop de adverterende merken - en in 2de lijn de reclamebureaus - willen schitteren.

Dit jaar zag je er een aaneenschakeling van merken die een maatschappelijke boodschap brachten. In de marge kwam er hier en daar een product of logo voorbij, maar het waren merken met een mening die uitblonken. Merken met een uitgesproken idee over work-life balance, diversiteit, armoede, … of het beleid van een nieuwe president. Merken met een stem. Die open en eerlijk ergens voor staan.

Menselijke merken

Een positief signaal, wat een verademing. Niets is echter zonder reden. En daar is ook niets mis mee. Natuurlijk staan deze merken oprecht voor de boodschap die ze verkondigen. Digitale transparantie, weetjenogwel. Maar we weten ook dat deze openheid vertrouwen creëert. Door eerlijk en persoonlijk te communiceren vermenselijken merken. En wordt het makkelijker voor het publiek om zich te vereenzelvigen met een merk. Of net niet. Om het merk als afzender te kunnen inschatten. Om het te vertrouwen dus.

Een algemeen vertrouwen dat aan diggelen ligt, daar kan je als merk op anticiperen door zelf actief, open en frequent te communiceren. Je verhaal te vertellen. Je positie te verduidelijken. En je merk te vermenselijken. Content marketing zoals ze zeggen. Of zoals auteur Andrew Davis het op de UBA Trends Day propertjes samenvatte:

“Content brands build relationships. Relationships build trust. Trust drives revenue.”

 


Wat oude krokodillen van Pokémon GO kunnen leren

Journaals, kranten, blogs, je social feed en het complete straatbeeld worden vandaag gekleurd door Pokémon GO. The next big small thing. De combinatie van augmented reality en gps-technologie werden vertaald in een verslingerend spelletje op je smartphone. Het spelletje is overal. Letterlijk. Worldwide. Terwijl het nog maar 20 dagen gereleased is, en zelfs 10 dagen later in ons land, overstijgt het  spelletje vandaag vlot de 75 miljoen downloads. Alsjeblieft. Overal dus. Ook in ons gezin, en -got to say- het werd getest en goedgekeurd.

 

Het lijkt een schoolvoorbeeld van een hype: een licht, amusant en instant-verslavend spelletje, gestuwd door zomerkomkommers, virale tactieken en een portie nostalgie. En meer nog vind ik het een toonbeeld voor oude krokodillenmerken.

 

Even de feiten op een rij: Pokémon GO werd ontwikkeld door Niantic Labs, van origine een Google spin off, in opdracht van The Pokémon Company,  een onderdeel van Nintendo.

 

Opgericht in Japan op 23 september 1889, mogen we Nintendo gerust een merk op leeftijd noemen. Het is evenwel een senior die niet stilzit.  Gestart als fabrikant van handgemaakte hanafuda-kaarten (Google it :)), om van daaruit uit te breiden naar speelgoed en dan verder door te groeien naar videogames in alle mogelijke vormen en formaten. 100 jaar na hun oprichting domineerde het de wereldwijde game-markt met hun handheld-console: de Game Boy. Sindsdien brachten ze ons een reeks andere succesnummers zoals SuperMario, de Nintendo 64, Pokémon, de Nintendo DS en recenter de Wii. Een straffe solide speler in het spelletjeslandschap dus. En toch.

 

Ondanks deze merites werden ze letterlijk 9 maanden geleden, voor de eerste keer sinds het ontstaan van de lijst, niet opgenomen in de Top 100 Global brands van Interbrand. En dit met de bikkelharde verklaring dat Nintendo onvoldoende afgestemd zou zijn op de ‘mobiele' tijdsgeest van vandaag. Een teken aan de wand: de jarenlange strijd tussen de Japanse consolehelden Sony en Nintendo leek beslecht. Want die Sony staat nog stevig op plaatsje 58.

 

En dan plots: Pokémon GO. Het spelletje speelt op 20 dagen tijd in een geheel nieuwe klasse, en laat laat mobiele merken en begrippen als Tinder en Twitter ver achter zich. De waarde van Nintendo verdubbelt in een wip, tot ver boven … Sony. Gotcha!

 

Het lijkt me een voorbeeldverhaal voor vele oude krokodillenmerken. Het toont immers aan dat de snelheid en het disruptiedenken van vandaag geen voorrecht is van kleine ongebonden start-ups. De eeuweling Nintendo heeft bewust van eigen identiteit (geschiedenis) en kracht, ruimte (tijd en middelen) gecreëerd voor experiment en (externe) zuurstof in het bedrijf gebracht. Ze ontwikkelden Pokémon GO als een speedboat naast hun tanker. In luttele dagen werd het dé cashcow voor het bedrijf en bewijst het ontegensprekelijk dat Nintendo wel degelijk mee is. En meer.

 

Zo ziet de wereld er voor Nintendo in een zwangerschap tijd helemaal anders uit. Vandaag hebben ze naast een fantastisch spelletje een tot-de-verbeelding-sprekend merkkapitaal in handen. Ik zit op de eerste rij om te zien hoe ze dit productmerk in de volgende weken en maanden zullen gebruiken, om nieuwe consoles te lanceren en hun corporate merk verder uit te bouwen. En ik kijk al evenzeer uit naar de Interbrand Top 100 Global brands in Oktober 2016 :)

Offf15, free the future

Eind mei, samen met 5 collega’s voor 3 dagen naar Barcelona voor Offf festival. Feeding the future. A festival … but not as we know it, eerder een losjes georganiseerd  congres voor en door designers. Met schone mensen op en naast het podium:

Hi, i’m Gemma O’Brien … en ik teken op ‚kotszakjes’ in vliegtuigen en dat gaat hard op TumblrNice to meet y’all, we’re WeAreSeventeen … en die Selfies, we lachen er mee. Zo zeer dat we er een filmpje over hebben gemaakt. Hey, i’m Rick Banks … en ik heb al van kindsbeen af een zwak voor fonts op voetbaltruitjes, en dat heb ik nu in een boek verzameld. Hé, wij zijn Anton&Irene … en ik ben een documentaire aan het maken over het huis waarin ik ben opgegroeid. Yo, i’m Jon Burgerman … en ik speel met de filmposters in de metro.

Een rode draad valt op. Een set up van straffe designers, die in plaats van te pochen over hun sterk werk voor mooie merken, vooral met veel (pardon-my-french) ‚passie' vertellen over de kleine en grote dingen die ze in hun vrije tijd doen.  Als was het een georkestreerd pleidooi om door je commercieel werk tijd te kopen; om zonder opdracht te experimenteren en nieuwe dingen uit te proberen. Je goesting te volgen. En die eigen dingen brengen niet alleen frissen hoofden maar (oh-ironie) ook nieuwe klanten mee. Merken die op zoek zijn naar authentieke ideeën en ontwerpen.

Hà, dat vind ik een mooi verhaal ten opzichte van de recente marketingliteratuur en -congressen die toch nogal eenzijdig focussen op het lezen en begrijpen van de consument. Wat natuurlijk een ontegensprekelijke (zelfs bewijsbare) waarde heeft. Maar voor een oorspronkelijk idee en eigenzinnige vormgeving, daarvoor moet je ook regelmatig afstand en tijd nemen. Een rood draadje dat blijft hangen.


Enerzijds Anderzijds, een rode draad uit 22 trendrapporten

Vooruitkijken. Trends zoeken, zien en duiden. Om daarna te gebruiken. Eén van de geweldig fijne dingen in ons vak. Trendrapporten, -onderzoeken en -lezingen liggen dan ook vaak op tafel en staan veelvuldig in de agenda. En het aanbod groeit elk jaar: kleine en grote rapporten en onderzoeken, van nichedingen tot alomvattende verhalen. In Vlaanderen is het Wijs trendrapport ondertussen uitgegroeid tot een sympathieke eindejaarsklassieker, in het rijtje van de Tijdloze en Hoste. Alle lof aan hen voor de moeite, en bovenal het vasthouden aan een idee. Ook puike events zoals de UBA Trends day en de Trendsnight van Stima, zorgen voor een verwennerij aan inzichten en sprekers. Ga je internationaal, dan wordt het aanbod helemaal te gek. Onderaan deze post vind je het lijstje van 22 lezenswaardige publicaties en presentaties die ik de voorbije maanden online tegenkwam.

Wat me bijblijft na het lezen, luisteren en kijken naar die toekomstverhalen … is dat het alle kanten uit gaat. Logisch ook. Vooruitkijken is geen wetenschap. Of toch zeker geen exacte. Vanzelfsprekend dat er verschillende sporen getrokken worden, zou je zeggen. Maar het gaat écht alle kanten uit, en tegelijkertijd.

De toekomst lijkt Enerzijds Anderzijds. Niet grijs, maar uitgesproken zwart en wit. Fundamentele tegenstellingen die hand-in-hand gaan.

De rapporten staan er bol van, enkele voorbeelden:

Enerzijds zijn we helemaal gedigitaliseerd en hypergeconnecteerd: mobile is groter dan ooit (figuurlijk en letterlijk), wearables staan bovenaan onze wenslijstjes en thermostaten en stofzuigers zorgen ervoor dat robotica naar de consumentenmarkt verschuift. Anderzijds gaan we als reactie massaal op zoek naar een minder digitale, lees minder stressvolle, omgeving. Digital dieting, zoals de dames-en-heren van Fjord het zo mooi noemen. We zien digitaalloze hotels, grappige meetingmotivators en signaalblokkerende mode opduiken. Maar ook phubbing,  tijdens een gesprek naar je iPhone gluren, wordt (terug) onbeleefd. En dat brengt dan weer kleine  campagnes  en leuke apps  met zich mee.

Enerzijds zoeken we luxe en schoonheid op. In al zijn facetten. Een bediende om je wagen te parkeren? There’s an app for that. Sterrengastronomie op de luchthaven? Tuurlijk. Of zelfs in het vliegtuig? Jazeker. Zelfs het design van een paspoort of bankbiljet , zorgt vandaag voor een ongeziene schoonheid. Anderzijds krijgt het ruwe en de imperfectie minstens evenveel aandacht. Imperfection kills boring, weetjewel. Kijk eens naar PrettyGirlsMakingUglyFaces  en de doorsnee-lelijkheid op Snapchat. Of modemerken (zoals G Star en Pantagonia) waarin het verhaal belangrijker wordt dan de schoonheid. Zelfs de rauwheid van lelijke discounters en low-cost airlines trekt ons in meute aan.

Enerzijds ligt de wereld aan onze voeten, zeker met bovenstaande low-cost airlines. Of Netflix als de opkomende nieuwe nationale zender. En studenten die niet meer zonder buitenlandse stage kunnen. Anderzijds wint locatie  terug meer-en-meer aan belang. Als een rustgevende filter binnen ons informatieleven. Opnieuw als een verbindende factor. Denk maar aan die hyperdynamische lokale mama-facebookgroepen. Of intrigerende internationale initiatieven zoals de Zwitserse ‚leen-stickers’  of de ‚hondenbuurt’ in Bangkok.

Enerzijds conceptstores met de meest exotische combinaties aan producten en diensten. Anderzijds kleine specifieke shops op basis van één product. EnerzijdsAnderzijds … En zo kan ik nog even doorgaan. Van de traditionele slingerbeweging naar de uitgesproken spreidstand. Sociologen kunnen dit zonder twijfel slim verklaren en duiden. Belangrijk voor ons, hoe gaan we hier in marketing en communicatie mee om?

 

Mijn idee: kies hard, of pak ze allebei. In het midden gaan staan is geen optie.

Trends zijn verhalen die je helpen om toekomstgerichte keuzes te maken. Denk aan Thomas Cook die volop de digitale kaart trekt om haar publiek te bereiken en te overtuigen. Tot en met het het gebruik van 'virtual reality experience’ om vakanties te plannen. Denk aan de duale samenwerking tussen het analoge Moleskine en het digitale Evernote. Of de turbulente krantensector die de combinatie prominent in de vitrine zet: digitale kranten in de week, en een papieren exemplaar in het weekend. Als abonnement van de toekomst. Merken, marketing en communicatie van morgen? Zoals Tom Palmaerts zegt: "Embrace the paradox.".

 

Heb je, na het lezen van deze post, maar tijd voor 2 links? Bekijk dan zeker de rapporten van Fjord en Hyper Island. Heb je meer tijd, click away!

Fjord Marketing (FastcoCreate)
Hyper Island UX (UXmag)
PSFK Retail (PSFK)
Trendwatching.com E-commerce (Econsultancy)
Trendhunter Technology predictions (SiliconAngle)
JWT Tech trends (FastCo)
Global trends Wearables (KoruLab)
Ericsson Communicatie (Communicatieonline.nl)
Fastco/ Ford Social / Mobile (We are Social)
Kidsenjongeren.nl Tourism (Travel Media)
Wijs Online trendrapport Tourism (Deloitte)

re / when digital becomes human

Ik lees, denk en kijk graag naar de toekomst, maar èchte science fiction … dat is m’n ding niet. Geef mij maar de verhalen van vandaag die onze morgen kleuren. Overmorgen, dat duurt nog even. Ik ben altijd al iets meer te vinden geweest voor de verhalen van 007 dan deze van 3CPO. Ik keek dan ook uit naar het nieuwe verhaal van Steven Van Belleghem. In zijn, ondertussen kenmerkende, toegankelijke en toepasbare stijl beschrijft hij straffe klantenrelaties van vandaag en verwachtingen voor morgen. Tastbare toekomst: gesmaakt leesvoer in de winterzon.

Once again: de digitalisering is manifest aanwezig en allesbepalend. Het eerste deel van het boek leest als een trein van aaneengeschakelde anekdotes en voorbeelden. Steven benoemt en kadert. Treffend is zijn duiding bij de 5 digitale superhelden (Google, Apple, Facebook, Amazon, Alibaba), als stuwende kracht binnen die veranderde samenleving. Zij bepalen vandaag de norm en lat. Grenzen bestaan er niet.

En dan maakt het boek een -zoals-in-de-titel-beloofde- bocht, op basis van de economische vuistregel: 'iets wat schaars wordt stijgt in waarde’. Hoe minder menselijk contact er bestaat in een klantenrelatie, hoe belangrijker dit wordt. We organiseren en communiceren online: 24/7, snel en transparant. Vaak interactief. Na jaren van investeren en evangeliseren staat digitalisering eindelijk in 'bold' op de strategische agenda’s van vele bedrijven, organisatie en overheden. En hop, we zitten al in de volgende fase:

"Op relatief korte termijn zal het digitale een commodity worden.”

Ha. De slinger komt niet terug, maar draait door. We optimaliseren onze contacten naar de onzichtbare digitale ervaring: vloeiend en geruisloos, über-efficient. Als platform voor een klantenrelatie gericht op een emotionele meerwaarde. Denk aan die sympathieke boodschappen op je coolbluepakje. De nieuwe klantenrelatie is de combinatie van customer intimacy én operational excellence.

"Laat het digitale en menselijke deel van de klantenrelatie uitblinken in wat hen verschilt."

'When digital becomes human' gaat over het hybride morgen: geen science-fiction vanuit het MIT-lab, maar een vloeiende en logische evolutie. Een morgen waarin de digitaal-versterker en het warm-menselijke elkaar naar een hoge niveau tillen.

tvdb_VanBelleghemKast

Het boek gaat over klantenrelaties, maar het inzicht gaat veel ruimer. En dat geeft goesting. Steven Van Belleghem schreef er weer een centimeter bij, en hij klokt ondertussen af op 7,5cm welgebruikte plaats in mijn boekenkast. Een aanrader dus.


Proximus, non est optimus

Okay, gebrekkig keukenlatijn … maar het rijmt. Proximus. Optimus. Optima. Het eerste wat me door het hoofd ging, bij het zien van het nieuwe Proximus-logo: Optima. Ik was geen ‚Latijnse woordjes aan het opzeggen’, maar bedoelde wel degelijk de Gentse zakenbank. En ik was niet de enige. Sinds de lancering op 29 september 2014 is er al heel wat inkt over gevloeid, zelfs advocatenkosten op gemaakt. 2 publieke Belgische bedrijven: beiden met een latijnse naam en een #-pretzel als icoon. Dat is misschien nogal dichtbij, niet?  Maar dat kan. En dat kan gebeuren. Maar zelfs naast die gelijkenis: ik ben geen fan van deze rebranding.

Het is thans een interessante keuze om het jarenoude Belgacom-brand op de bank te zetten, en het mobiele merk Proximus omhoog te duwen als paraplumerk. Ongezien, door mij alleszins. Maar er zijn wel wat pro’s voor te bedenken.  Jammer dat zo’n moedige verandering niet ten volle is gebruikt. Het resultaat toont een rebranding door het hoofd,  zonder karakter. Belegen en vlak. Zelfs knullig in uitwerking. Nee, ik ben geen fan.

Het overheidsbedrijf dat groeide uit de 'Regie voor Telegraaf en Telefoon’ (°1896), vandaag als marktleidend en hedendaags overheidsmerk vormgeven. In een tijdsgeest die zò gestuurd wordt door deze sector. Wat-Een-Opdracht. Wat-Een-Geweldige-Opdracht!

De opdracht ging naar het Spaanse Saffron, straffe brand consultants met ‚ervaring' in telecom. Te zeggen, ze hebben de fusie-branding van het Oostenrijkse A1 Telekom in hun portfolio. Voor de Belgacom/Proximus-opdracht werkte Saffron samen met het Britse Space Doctors. Het internationale gezelschap werkte in 2 jaren vanuit audit en analyse naar dit resultaat toe. Bof.

Het valt me op dat er in ons land, voor de grote merken-opdrachten zelden voor dichtbij wordt gekozen. Sic, de telecom-collega’s van Base kozen voor hun branding jaren terug zelfs voor het Australische LeftBrainRightBrain. Maar hey. De wereld is een dorp. En ook in ons bureau werken we graag met buitenlandse creatieven samen, als zij het beste werk zullen maken. Maar in een identiteitsoefening. Voor een overheidsmerk. Vraag ik me dan af: kunnen die grote ver-weg brandidentity-bureau’s voldoende de cultuur en eigenheid meten en voelen? Zien ze de mogelijkheden en gevoeligheden? Of bewaren zij net een comfortabele en rationele afstand?

Soit, ik ben dus geen fan. Ter vergeving, laten we eerlijk zijn. De Spanjaarden hebben Belgacom/Proximus in woelige tijden mogen analyseren. Het zal geen wandeling-in-het-park zijn geweest om deze opdracht te doen landen. Maar Wim Mertens’ iconische Struggle for pleasure als deuntje laten vallen? ManMan. Onvergeeflijk. Dan ben je nog niet bijna dichtbij mij.


do / purpose

Purpose, wat een woord. In ons Nederlands klinkt het triviaal als ‚doel’ of ‚reden'.  De Engelse verklaringen spreken des te meer tot de verbeelding: ‚the reason why something is done or used : the aim or intention of something’, ‚the feeling of being determined to do or achieve something’, ‚the aim or goal of a person : what a person is trying to do, become’

Het is een begrip dat ik consequent opzoek in de merken waarvoor ik mag werken. Elk merk heeft immers een noordster nodig. Vandaag meer dan ooit. We plannen onze communicatie wild doorheen alle contactpunten en kanalen. Vaak stevig overwogen en bedacht, maar even soms in een opwelling als reactie. Always on is de verwachting en realiteit. Hiervoor moet je eenduidig weten waarvoor je merk staat, waarom je merk er is. In dat identiteitsdenken is ‚purpose’  de hoogste trap: "Wat is onze reden van zijn en handelen.” Ver boven product- of winstdenken, de reden die àlle stakeholders achter je merk krijgen. Internationaal zien we kleine mooie merken die hier magistraal mee omgaan, lokaal zien we grote mooie merken die hier bewust mee bezig zijn.

Opvallend dat in het veelbeschreven vak marketing en communicatie er eigenlijk weinig specifieke literatuur te vinden is over dit thema. Met een speciale vermelding als uitzondering het sterke ‚Transformeren om te overleven’ van Herman Toch.

Toen ik Do/ Purpose/ Why brands with a purpose do better and matter more van David Hieatt tegenkwam was het snel ge-bol.com-d. Goede recensies én een boek uit de intrigerende Do-reeks. David Hieatt is een van de oprichters van the Do-lectures: een erg fijn initiatief uit Wales.

„To bring the Do-ers of the world together - the movers and shakers, the disrupters and the change-makers - and ask them to tell their stories.”

Een kleinschalige en toegepaste TED. Maar dan helemaal anders. Zonder wervelende powerpoints. Op het platteland, met verse kaas en warme koek. Met thee van het vuur. Gewoon mensen samen brengen, rond hun verhaal. Wel, en vanuit de Do-lectures zijn the Do-books ontstaan.

Dus over dat boek: Why brands with a purpose do more and matter more. Het verhaal van David Hieatt, is het verhaal van een straf marketeer. Het blijft eerder oppervlakkig, en haalt quasi alle facetten van ons vak onder de loep. Maar hij brengt de essentie op een eigen en fijne manier in woord en beeld. Een pretentieloos inspiratieboek.  Het begrip purpose loopt als een dunne rode draad doorheen de 150pagina’s, maar geeft weinig nieuwe inzichten of achtergrond. Hoedanook, ik heb het boek ondertussen al een paar keer aangeraden. Een ideaal boekje om nu-en-dan op te pakken, een paar lijnen te lezen en een lange tijd op na te kauwen.


handen in de lucht voor airbnb

What’s not to like about Airbnb? Op 6y tijd uitgegroeid als dé zoekreflex voor overnachtingen. Niet in hotels of resorts, maar gewoon bij particulieren die een kamer 'of een huis' op overschot hebben. Brian Chesky, Joe Gebbia en Nathan Blecharczyk startten het platform op 2008, vandaag hebben ze al meer dan 500 000 locaties in portfolio. De kracht van peer-to-peer, zowel in business, marketing als community. Het werd een echte gamechanger in toerisme. Met 750 000 likes op Facebook, waaronder weinig hoteleigenaars wellicht :)

What was not to like: hun logo. Ondanks de tijdloos sterke kleurencombinatie van cyaan, magenta en wit, heb ik hun logo steeds als storend ervaren. Een corpulent script, met een al even dikke witte outline mèt schaduw. Een sympathiek logo, dat wel. Maar eentje dat plaats en aandacht vraagt. Veel plaats, en veel aandacht. En dat past niet binnen hun verhaal, denk ik dan drammerig. Een platform moet dragend zijn, en haar logo moet dat uitstralen. Eigenheid geven zonder de aandacht van de foto’s, mensen en locaties weg te nemen.

En vorige week was het zover, handen in de lucht, tada … een nieuw logo voor Airbnb. A whole other ball game: een mooi, fijn en passend signatuur. Wat mij betreft, erg proper werk van DesignStudio, zowel in verhaal als in grafiek. Een traditionele opbouw van symbool en typografie. Waarbij voor mij het gebruikte font, maar vooral de integratie van symbool en typo een beetje te vrijblijvend zijn. Maar het symbool maakt veel goed: een simpele en pure vorm. Hedendaags en tijdloos. Misschien niet helemaal origineel (cfr. pampers), maar … pff, what is? En dan begint het nog maar pas. De introductie van het logo vind ik super. Geen vrijblijvend vuurwerk, maar een écht verhaal, in woord en beeld. Over het ontstaan en de toekomst van Airbnb. Over de essentie/core van Airbnb ...

For so long, people thought Airbnb was about renting houses. But really, we’re about home. You see, a house is just a space, but a home is where you belong. And what makes this global community so special is that for the very first time, you can belong anywhere.

Het begrip ‚belonging’ als kern van hun werk. Misschien wat zweverig en ver uitgesponnen. Maar ze hebben tenminste een kern, een purpose, en ze kunnen en durven deze te verwoorden. Schoon positionerend werk. Airbnb gaat niet over het boeken van overnachtingen ( > massa’s concurrenten) , het gaat over wereldwijd thuishoren (> blue ocean). Schoon onderscheidend werk.

Daarbij je community uitnodigen om zelf aan de slag te gaan met het symbool, ik heb er vaak mijn twijfels bij … maar voor een communitygedreven brand als Airbnb kan het precies. Met wel vele en fijne resultaten tot gevolg. Maar je symbool bij lancering al publiekelijk een naam geven (de bélo) …. hmm. Dat nodigt volgens mij vooral uit om eens goed mee te lachen. De swoosh is ook maar begonnen als ‚de streep’, en heeft pas mettertijd zijn naam gekregen.

Desalniettemin, handen in de lucht voor de heren en dames van Airbnb èn DesignStudio en hun nieuwe vlag.


The where company

Zonder files, fyra's of 'fulkanen' ligt de wereld aan onze voeten. De wereld is plat, weet je wel. Afstanden bestaan niet meer, of we fietsen er digitaal omheen. Wie weet nog van waar, of in welke situatie ;) , je mailt, belt, je status update etc. Hoe minder wij er bij stil staan, hoe meer dè digitale mologs er mee bezig zijn. Zonder onmiddellijke return, sparen ze moeite noch investering op het vlak van 'locatie'. "

In de februari-editie van FastCompany stelt Hans Peter Brondmo, Nokia Head of product innovation, dat er 3 shifts zijn geweest in de vragen die mensen online stellen: Wat? Wie? en Waar? De wat-vraag werd overtuigend gewonnen door Google. In de wie-vraag staat Facebook uitgesproken aan de leiding. En vandaag zijn o.a. Amazon, Apple, Google, Microsoft en Nokia er van overtuigd dat in de kern van onze digitale toekomst, het om locatie zal gaan.

"The next big question is 'where', and that's what we're fighting to become, the Where company."

Zo stelt Brondmo gedecideerd, en volgens het magazine terecht. Voor mij onverwacht, maar Nokia staat blijkbaar aan de leiding in deze race. Door hun combinatie van technologie, businessmodel en kritische massa laten ze Google en Apple achter zich. En dit vooral door het intensieve gebruik van de Nokia-toepassingen door derden.

Het is niet enkel een oefening voor de digitale reuzen. Ook in onze zoektocht naar manieren om te communiceren met een publiek dat overladen is met informatie, blijkt locatie een gouden sleutel. 'Location-based' werd zo'n begrip dat te pas en te onpas werd en wordt gebruikt, maar de resultaten spreken voor zich. We zien een opmerkelijk verschil in het effect van communicatie die afgestemd is op de plaats waar je bent. En dat kan gaan over mobiele apps, complexe informatie die structuur krijgt door ze uit te zetten op een kaart …. ofwel gewoon een goeie ouwe gesegmenteerde affiche of dm campagne. Relevantie door locatie, quoi. Benieuwd waar de technologie ons nog zal brengen.

En als ik de recente publieksonderzoeken en trendrapporten goed lees en begrijp, duikt er ondertussen al een 4de vraag op: Waarom? In de overtreffende trap van verwachtingen zijn we op zoek naar betekenis.  Zou de digitale artificiële intelligentie daar ook al voor klaar zijn?

Leestip Fast Company, feb 2013 - Map Quest. Google, Apple Nokia and Microsoft are competing to give you the best maps on the globe. But does the race even have a prize? by Farhad Manjoo