Wat oude krokodillen van Pokémon GO kunnen leren

Journaals, kranten, blogs, je social feed en het complete straatbeeld worden vandaag gekleurd door Pokémon GO. The next big small thing. De combinatie van augmented reality en gps-technologie werden vertaald in een verslingerend spelletje op je smartphone. Het spelletje is overal. Letterlijk. Worldwide. Terwijl het nog maar 20 dagen gereleased is, en zelfs 10 dagen later in ons land, overstijgt het  spelletje vandaag vlot de 75 miljoen downloads. Alsjeblieft. Overal dus. Ook in ons gezin, en -got to say- het werd getest en goedgekeurd.

 

Het lijkt een schoolvoorbeeld van een hype: een licht, amusant en instant-verslavend spelletje, gestuwd door zomerkomkommers, virale tactieken en een portie nostalgie. En meer nog vind ik het een toonbeeld voor oude krokodillenmerken.

 

Even de feiten op een rij: Pokémon GO werd ontwikkeld door Niantic Labs, van origine een Google spin off, in opdracht van The Pokémon Company,  een onderdeel van Nintendo.

 

Opgericht in Japan op 23 september 1889, mogen we Nintendo gerust een merk op leeftijd noemen. Het is evenwel een senior die niet stilzit.  Gestart als fabrikant van handgemaakte hanafuda-kaarten (Google it :)), om van daaruit uit te breiden naar speelgoed en dan verder door te groeien naar videogames in alle mogelijke vormen en formaten. 100 jaar na hun oprichting domineerde het de wereldwijde game-markt met hun handheld-console: de Game Boy. Sindsdien brachten ze ons een reeks andere succesnummers zoals SuperMario, de Nintendo 64, Pokémon, de Nintendo DS en recenter de Wii. Een straffe solide speler in het spelletjeslandschap dus. En toch.

 

Ondanks deze merites werden ze letterlijk 9 maanden geleden, voor de eerste keer sinds het ontstaan van de lijst, niet opgenomen in de Top 100 Global brands van Interbrand. En dit met de bikkelharde verklaring dat Nintendo onvoldoende afgestemd zou zijn op de ‘mobiele' tijdsgeest van vandaag. Een teken aan de wand: de jarenlange strijd tussen de Japanse consolehelden Sony en Nintendo leek beslecht. Want die Sony staat nog stevig op plaatsje 58.

 

En dan plots: Pokémon GO. Het spelletje speelt op 20 dagen tijd in een geheel nieuwe klasse, en laat laat mobiele merken en begrippen als Tinder en Twitter ver achter zich. De waarde van Nintendo verdubbelt in een wip, tot ver boven … Sony. Gotcha!

 

Het lijkt me een voorbeeldverhaal voor vele oude krokodillenmerken. Het toont immers aan dat de snelheid en het disruptiedenken van vandaag geen voorrecht is van kleine ongebonden start-ups. De eeuweling Nintendo heeft bewust van eigen identiteit (geschiedenis) en kracht, ruimte (tijd en middelen) gecreëerd voor experiment en (externe) zuurstof in het bedrijf gebracht. Ze ontwikkelden Pokémon GO als een speedboat naast hun tanker. In luttele dagen werd het dé cashcow voor het bedrijf en bewijst het ontegensprekelijk dat Nintendo wel degelijk mee is. En meer.

 

Zo ziet de wereld er voor Nintendo in een zwangerschap tijd helemaal anders uit. Vandaag hebben ze naast een fantastisch spelletje een tot-de-verbeelding-sprekend merkkapitaal in handen. Ik zit op de eerste rij om te zien hoe ze dit productmerk in de volgende weken en maanden zullen gebruiken, om nieuwe consoles te lanceren en hun corporate merk verder uit te bouwen. En ik kijk al evenzeer uit naar de Interbrand Top 100 Global brands in Oktober 2016 :)

everything’s gonna be alright, een rode draad uit +31 trendrapporten

Zelf mag ik zeker niet klagen, maar algemeen genomen moeten we zeggen dat het jaar -editie 2015- absoluut geen prijsbeest was: Charlie, Volkswagen, Vluchtelingen, Bataclan, … to name a few. De jaaroverzichten kleurden grauw en grijs. Gruwelijke beelden in overvloed. Nieuwjaar, dat is dus ook reikhalzend uitkijken naar een twee duizend zes tien vol fijne beelden.
En mijn traditionele eindejaars-leesmarathon aan trendrapporten stelt me eigenlijk gerust. Everything’s gonna be alright. Dat denk ik echt. Vorig jaar schreef ik een grijze enerzijds-anderzijds conclusie: elke trend had een evenwaardige tegenstroom. Met versplinterde gedachten en mogelijkheden tot gevolg. Vandaag lees ik bovenal een positieve rode draad doorheen die +31 trendrapporten. Als in een moment van synthese, waarin enerzijds-anderzijds uitgroeit naar een echte best-of-both-worlds. Ja! Goodlife! Regenboog! Feest! Win!

"The way I see it, if you want the rainbow, you gotta put up with the rain.” says Dolly Parton

Neen, ik ben niet beneveld door Bob of Dolly. En ik weet dat vele trendrapporten gebaseerd zijn op mijmeringen, dromen en gissingen. Maar als je met de juiste bril kijkt, zie je dat we echt de goede kant op gaan. Toch?

Form Follows User
De technologische trendberichten krijgen een ander insteek. Terwijl eerder vele ontwikkelingen 'onze levens zouden veranderen'. En ondertussen ook daadwerkelijk hebben veranderd. Zie ik vandaag vooral evoluties die zich terugplooien op de gebruikers. Form follows user, minder schreeuwerig en intrusief. Het feit dat de Apple watch geen instant succes werd, als teken aan de wand.

Maar ook de strijd voor de homescreen, die -een beetje- is gaan liggen. Niet alle nieuwe apps zijn er nog op gebrand om top-of-thumb te worden. Ja, we spenderen elke dag belachelijk veel uren op onze smartphones. Maar wel slechts in een handvol apps. Dus in plaats van te gaan concurreren voor dat laatste vlakje schermruimte, zien we nieuwe successen die gericht zijn op een slimme integratie binnen bestaande omgevingen, cfr. Google Now-on-tap. Of services die worden ‘atomized' tot kleine intelligente notificaties binnen de populaire messaging apps. En al helemaal interessant wordt het, als we dat simpel en zelf kunnen manipuleren. Fun and functional, cfr. Slackbot.

En toch een keerzijde, het einde van de vertical movie syndrom … Facebook en Snapchat hebben er voor gezorgd dat rechtopstaand filmen met je smartphone 'okay' is. Omdat de users dat willen en doen. Tja, dat zorgt dan weer voor beelden waar ik niet blij van word.

Wij zijn het web
Social media as such, heeft weinig tot geen plaats meer in de trendvoorspellingen. Dat is allemaal uitgepuurd, ingeburgerd en wel. Meer nog, we kennen én gebruiken het. En niet altijd volgens de oorspronkelijke idee. We doen er gewoon ons ding mee.

En dan wordt het terug interessant. Bij voorbeeld mama’s die elkaar in lokale Facebook-groepen opzoeken én helpen. Geen oppervlakkige chitchat, maar concreet. Door tips, trucs, binnenwegen en kleertjes uit te wisselen. Mama’s voor mama’s, een in-snelheid-onklopbaar parallel kanaal voor specifieke informatie en winwin-handel.
Of de politicus die onterecht en ongepast fulmineert tegen een log en anoniem overheidsapparaat. Die kan nu op een antwoord rekenen, snel en gevat. En met goedkeurend knikjes en likes van de publieke opinie erbovenop. Transparante sociale media dwingen een elementaire beleefdheid af, Meneer VanRooy. Zelfs tegen reuzen.
En in de hoogste terreurdreiging, leer je de ware volksaard kennen. Als gehoorzaam antwoord op de Politie-vraag naar social media-discretie over de controles en huiszoekingen in Molenbeek, zagen we Twitter overspoeld worden door een zwerm katten met de hashtag #brusselslockdown. Belgisch surrealisme ten top.

Net zoals de strategieën en verdienmodellen rond social media, is ook ons gebruik ervan, helemaal volwassen. Wij zijn het web. Het is van ons.

Geen digitale en disruptieve doemverhalen meer
De frisse ondernemersverhalen blijven niet langer het alleenrecht van de jonge wolven. We hebben goed naar San Francisco en andere ondernemende broeihaarden gekeken. Vanop een afstand of op plaatsbezoek, in het kielzog van Steven Van Belleghem en Peter Hinssen.
Oude en nieuwe vormen van ondernemen zoeken elkaar op. Versterken en versnellen elkaar. Icoonbedrijven als KBC en Telenet zijn met Idealabs en StartIt genereuze gastheren voor innovatieve denkers en doeners. Frisse overheidsgiganten als VDAB en Vrt starten met Vick en Vrt StartUp ambitieuze en eigen vernieuwingsvehikels. Nog dichterbij, zie ik LRM met Corda Campus letterlijk plaats maken voor een nieuw ondernemen in Limburg. Kortom, er gebeuren mooie dingen. Allemaal zoekend, maar zonder angst voor die verandering. Wel integendeel.

Het gaat niet om de verandering of de technologie, de trends draaien om ons.
En we vinden er onze weg in. Everything’s gonna be alright.

Elke Decemberdag in 2015 stuurde ik een #trendsfor16-tweet de wereld in. 31 dagen op een rij een link naar een trendrapport: van de grote omvattende tot de kleinere niches. Klik hier voor de tweets.


Enerzijds Anderzijds, een rode draad uit 22 trendrapporten

Vooruitkijken. Trends zoeken, zien en duiden. Om daarna te gebruiken. Eén van de geweldig fijne dingen in ons vak. Trendrapporten, -onderzoeken en -lezingen liggen dan ook vaak op tafel en staan veelvuldig in de agenda. En het aanbod groeit elk jaar: kleine en grote rapporten en onderzoeken, van nichedingen tot alomvattende verhalen. In Vlaanderen is het Wijs trendrapport ondertussen uitgegroeid tot een sympathieke eindejaarsklassieker, in het rijtje van de Tijdloze en Hoste. Alle lof aan hen voor de moeite, en bovenal het vasthouden aan een idee. Ook puike events zoals de UBA Trends day en de Trendsnight van Stima, zorgen voor een verwennerij aan inzichten en sprekers. Ga je internationaal, dan wordt het aanbod helemaal te gek. Onderaan deze post vind je het lijstje van 22 lezenswaardige publicaties en presentaties die ik de voorbije maanden online tegenkwam.

Wat me bijblijft na het lezen, luisteren en kijken naar die toekomstverhalen … is dat het alle kanten uit gaat. Logisch ook. Vooruitkijken is geen wetenschap. Of toch zeker geen exacte. Vanzelfsprekend dat er verschillende sporen getrokken worden, zou je zeggen. Maar het gaat écht alle kanten uit, en tegelijkertijd.

De toekomst lijkt Enerzijds Anderzijds. Niet grijs, maar uitgesproken zwart en wit. Fundamentele tegenstellingen die hand-in-hand gaan.

De rapporten staan er bol van, enkele voorbeelden:

Enerzijds zijn we helemaal gedigitaliseerd en hypergeconnecteerd: mobile is groter dan ooit (figuurlijk en letterlijk), wearables staan bovenaan onze wenslijstjes en thermostaten en stofzuigers zorgen ervoor dat robotica naar de consumentenmarkt verschuift. Anderzijds gaan we als reactie massaal op zoek naar een minder digitale, lees minder stressvolle, omgeving. Digital dieting, zoals de dames-en-heren van Fjord het zo mooi noemen. We zien digitaalloze hotels, grappige meetingmotivators en signaalblokkerende mode opduiken. Maar ook phubbing,  tijdens een gesprek naar je iPhone gluren, wordt (terug) onbeleefd. En dat brengt dan weer kleine  campagnes  en leuke apps  met zich mee.

Enerzijds zoeken we luxe en schoonheid op. In al zijn facetten. Een bediende om je wagen te parkeren? There’s an app for that. Sterrengastronomie op de luchthaven? Tuurlijk. Of zelfs in het vliegtuig? Jazeker. Zelfs het design van een paspoort of bankbiljet , zorgt vandaag voor een ongeziene schoonheid. Anderzijds krijgt het ruwe en de imperfectie minstens evenveel aandacht. Imperfection kills boring, weetjewel. Kijk eens naar PrettyGirlsMakingUglyFaces  en de doorsnee-lelijkheid op Snapchat. Of modemerken (zoals G Star en Pantagonia) waarin het verhaal belangrijker wordt dan de schoonheid. Zelfs de rauwheid van lelijke discounters en low-cost airlines trekt ons in meute aan.

Enerzijds ligt de wereld aan onze voeten, zeker met bovenstaande low-cost airlines. Of Netflix als de opkomende nieuwe nationale zender. En studenten die niet meer zonder buitenlandse stage kunnen. Anderzijds wint locatie  terug meer-en-meer aan belang. Als een rustgevende filter binnen ons informatieleven. Opnieuw als een verbindende factor. Denk maar aan die hyperdynamische lokale mama-facebookgroepen. Of intrigerende internationale initiatieven zoals de Zwitserse ‚leen-stickers’  of de ‚hondenbuurt’ in Bangkok.

Enerzijds conceptstores met de meest exotische combinaties aan producten en diensten. Anderzijds kleine specifieke shops op basis van één product. EnerzijdsAnderzijds … En zo kan ik nog even doorgaan. Van de traditionele slingerbeweging naar de uitgesproken spreidstand. Sociologen kunnen dit zonder twijfel slim verklaren en duiden. Belangrijk voor ons, hoe gaan we hier in marketing en communicatie mee om?

 

Mijn idee: kies hard, of pak ze allebei. In het midden gaan staan is geen optie.

Trends zijn verhalen die je helpen om toekomstgerichte keuzes te maken. Denk aan Thomas Cook die volop de digitale kaart trekt om haar publiek te bereiken en te overtuigen. Tot en met het het gebruik van 'virtual reality experience’ om vakanties te plannen. Denk aan de duale samenwerking tussen het analoge Moleskine en het digitale Evernote. Of de turbulente krantensector die de combinatie prominent in de vitrine zet: digitale kranten in de week, en een papieren exemplaar in het weekend. Als abonnement van de toekomst. Merken, marketing en communicatie van morgen? Zoals Tom Palmaerts zegt: "Embrace the paradox.".

 

Heb je, na het lezen van deze post, maar tijd voor 2 links? Bekijk dan zeker de rapporten van Fjord en Hyper Island. Heb je meer tijd, click away!

Fjord Marketing (FastcoCreate)
Hyper Island UX (UXmag)
PSFK Retail (PSFK)
Trendwatching.com E-commerce (Econsultancy)
Trendhunter Technology predictions (SiliconAngle)
JWT Tech trends (FastCo)
Global trends Wearables (KoruLab)
Ericsson Communicatie (Communicatieonline.nl)
Fastco/ Ford Social / Mobile (We are Social)
Kidsenjongeren.nl Tourism (Travel Media)
Wijs Online trendrapport Tourism (Deloitte)

The where company

Zonder files, fyra's of 'fulkanen' ligt de wereld aan onze voeten. De wereld is plat, weet je wel. Afstanden bestaan niet meer, of we fietsen er digitaal omheen. Wie weet nog van waar, of in welke situatie ;) , je mailt, belt, je status update etc. Hoe minder wij er bij stil staan, hoe meer dè digitale mologs er mee bezig zijn. Zonder onmiddellijke return, sparen ze moeite noch investering op het vlak van 'locatie'. "

In de februari-editie van FastCompany stelt Hans Peter Brondmo, Nokia Head of product innovation, dat er 3 shifts zijn geweest in de vragen die mensen online stellen: Wat? Wie? en Waar? De wat-vraag werd overtuigend gewonnen door Google. In de wie-vraag staat Facebook uitgesproken aan de leiding. En vandaag zijn o.a. Amazon, Apple, Google, Microsoft en Nokia er van overtuigd dat in de kern van onze digitale toekomst, het om locatie zal gaan.

"The next big question is 'where', and that's what we're fighting to become, the Where company."

Zo stelt Brondmo gedecideerd, en volgens het magazine terecht. Voor mij onverwacht, maar Nokia staat blijkbaar aan de leiding in deze race. Door hun combinatie van technologie, businessmodel en kritische massa laten ze Google en Apple achter zich. En dit vooral door het intensieve gebruik van de Nokia-toepassingen door derden.

Het is niet enkel een oefening voor de digitale reuzen. Ook in onze zoektocht naar manieren om te communiceren met een publiek dat overladen is met informatie, blijkt locatie een gouden sleutel. 'Location-based' werd zo'n begrip dat te pas en te onpas werd en wordt gebruikt, maar de resultaten spreken voor zich. We zien een opmerkelijk verschil in het effect van communicatie die afgestemd is op de plaats waar je bent. En dat kan gaan over mobiele apps, complexe informatie die structuur krijgt door ze uit te zetten op een kaart …. ofwel gewoon een goeie ouwe gesegmenteerde affiche of dm campagne. Relevantie door locatie, quoi. Benieuwd waar de technologie ons nog zal brengen.

En als ik de recente publieksonderzoeken en trendrapporten goed lees en begrijp, duikt er ondertussen al een 4de vraag op: Waarom? In de overtreffende trap van verwachtingen zijn we op zoek naar betekenis.  Zou de digitale artificiële intelligentie daar ook al voor klaar zijn?

Leestip Fast Company, feb 2013 - Map Quest. Google, Apple Nokia and Microsoft are competing to give you the best maps on the globe. But does the race even have a prize? by Farhad Manjoo


Het idee achter de frambozentaart

Over het grote idee achter een frambozentaart. Natuurlijk geen gewone taart maar de 'Raspberry Pi', een kleine, goedkope en naakte computer. Straight up. Zonder franjes, zelfs zonder behuizing. Een printplaat met enkele aansluitingen en spartaanse software. Een tegenreactie, de andere kant van de slingerbeweging zoals we ook de Johns Phone al tegenkwamen.
De Raspberry Pi werd ontwikkeld in Cambridge, met als doel 'to create a new generation of British gaming greats'. Een idee dat gegroeid is uit frustratie met het huidige onderwijssysteem, zo vertelde de ontwikkelaars aan gamesindustry.biz. Blijkbaar zit het aantal studenten computerwetenschappen in vrije val. Hardware en software werd te toegankelijk, te gemakkelijk, waardoor er  niet meer voldoende aandacht wordt geschonken aan het èchte computing, het èchte code-werk.

Achter de Raspberry Pi zit een groep van mensen gedreven door een bepaald idee. Een streven. 'Charity' noemen ze het zelf. Hun computer moest klein en goedkoop zijn, toegankelijk dus voor kinderen en jongeren. Geen one-button-simplicity, maar een toestel met verschillende programmeertalen en mogelijkheden, uitdagend om hen te laten experimenteren met code.
De Raspberry Pi is een succesje. Bij de officiële lancering vorige week telden ze maar liefst 700 (zevenhonderd!) bestellingen per seconde !? En als bijkomende indicatie voor het succes zien we in de slipstream al 'meelifters', slimme ontwikkelaars van bijhorende cases etc.

'Learn how to code' is echt wel trending. Ben de laatste maanden al tig verhalen en initiatieven hierrond tegengekomen. Codeyear is er een mooi voorbeeld van, met een start-to-run approach et al. Het begint te kriebelen.

Man man. In de beginne moesten we kunnen rekenen, schrijven en een vleugje aardrijkskunde. Daarna hebben we geleerd om met 2 woorden spreken, met mes en vork te eten en niet te mailen in kapitalen. Het streven naar mediawijsheid van onze kids is ook al de revue gepasseerd. Allez, bij ons staat dat nog allemaal op 't programma. Maar, lieve Fienelot en Tobias, het volgende op die lijst wordt blijkbaar 'leren coderen'.

Als Peter Hinssen schreef dat we nog maar halfweg zijn, in het gebruik van en de omgang met digitale media gaat coderen toch nog een stapje verder. Rechtstreeks naar de fundamenten, greep (proberen te) krijgen. Eigenlijk wel een mooi en groot idee van die frambozen-mannen. Niet enkel voor de game-industrie, me dunkt.