Eind mei, samen met 5 collega’s voor 3 dagen naar Barcelona voor Offf festival. Feeding the future. A festival … but not as we know it, eerder een losjes georganiseerd  congres voor en door designers. Met schone mensen op en naast het podium:

Hi, i’m Gemma O’Brien … en ik teken op ‚kotszakjes’ in vliegtuigen en dat gaat hard op TumblrNice to meet y’all, we’re WeAreSeventeen … en die Selfies, we lachen er mee. Zo zeer dat we er een filmpje over hebben gemaakt. Hey, i’m Rick Banks … en ik heb al van kindsbeen af een zwak voor fonts op voetbaltruitjes, en dat heb ik nu in een boek verzameld. Hé, wij zijn Anton&Irene … en ik ben een documentaire aan het maken over het huis waarin ik ben opgegroeid. Yo, i’m Jon Burgerman … en ik speel met de filmposters in de metro.

Een rode draad valt op. Een set up van straffe designers, die in plaats van te pochen over hun sterk werk voor mooie merken, vooral met veel (pardon-my-french) ‚passie’ vertellen over de kleine en grote dingen die ze in hun vrije tijd doen.  Als was het een georkestreerd pleidooi om door je commercieel werk tijd te kopen; om zonder opdracht te experimenteren en nieuwe dingen uit te proberen. Je goesting te volgen. En die eigen dingen brengen niet alleen frissen hoofden maar (oh-ironie) ook nieuwe klanten mee. Merken die op zoek zijn naar authentieke ideeën en ontwerpen.

Hà, dat vind ik een mooi verhaal ten opzichte van de recente marketingliteratuur en -congressen die toch nogal eenzijdig focussen op het lezen en begrijpen van de consument. Wat natuurlijk een ontegensprekelijke (zelfs bewijsbare) waarde heeft. Maar voor een oorspronkelijk idee en eigenzinnige vormgeving, daarvoor moet je ook regelmatig afstand en tijd nemen. Een rood draadje dat blijft hangen.