Net een fijne trip naar Kortrijk achter de rug, meerbepaald naar de tweejaarlijkse hoogmis van interieur en design: Interieur2012Mijn broodheer verzorgt sinds jaren de pers en media voor dit event, en een aantal van onze klanten staan er in volle glorie. En ik was er nog nooit geweest. En dat ik er zin in had.

In de Expohallen kom je terecht in een visuele wervelstorm. Zonder overdrijven. Van de poshy glitter op immens grote standen, over uitgepuurde eenvoud van blijvende zoekers, naar de aandoenlijk poëtische eerste werken van jonge leeuwen. En naar elkeen stuk wordt geboeid gekeken. Bestudeerd als artefacten. Hoe verschillend en verscheiden de stijlen en insteken zijn, het respect van het publiek voor hun vormen, vormgeving en materialen zijn alomtegenwoordig. En dat dat schoon om zien is.

Naar al die andere mooie dingen wordt trouwens niet enkel gekeken. Er wordt ook aan gevoeld en over gewreven. Hout en textiel zijn dan ook zwaar vertegenwoordigd.

Datzelfde respect zie je ook voor het verleden en de toekomst. Veel aandacht voor oude meesters. Ontwerpen uit een lang verleden die hun waarde vandaag nog steeds bewijzen, als icoon of als inspiratie voor nieuwe werken.

Curator van dienst Lowie Vermeersch, die een paar keer dromerig m’n pad kruiste kruiste, bracht de stad en de beurs  dicht bij elkaar. De boeiende ontwikkelingen die o.a. Stef De Clerck realiseerde op het Buda-eiland hebben wellicht geholpen, maar toch. Een mooie verwevenheid en aanvulling.  Van de expohallen naar het Buda-eiland dus.  In het ‘Budafabriek’, kwamen we terecht in een broeierig en levende hal: jonge ontwerpers aan het werk, en studenten staan/zitten/hangen in discussie. Allemaal erg vriendelijk en menselijk. Vormgevers die de kans krijgen om hun werk te duiden en hun manier van werken te laten zien.

Wel eigenlijk, een warme aangelegenheid die Interieur. En inspirerend dat het geen naam heeft.cialis india